Op een speciaal ingericht proefterrein gaan tien detectiebedrijven deze zomer op zoek naar verborgen kabels en leidingen
Dat moet een indruk geven van de mogelijkheden van innovatieve detectietechnieken. De proeftuin ligt tussen twee gebouwen bij onderwijsinstelling IPC Groene Ruimte in Arnhem. Daar is een gebied van ongeveer 40 bij 50 meter ter beschikking gesteld waarop de detectiebedrijven zich komende zomer mogen uitleven. Er lopen al diverse kabels en leidingen door de grond, maar projectleider Richard van Ravesteijn van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) sluit niet uit dat er nog wat kabels bijgelegd worden.
Om het de deelnemers extra moeilijk te maken. Zo nodig worden ook extra verstoringen toegevoegd aan de bodem, zoals betonplaten. Niet alle non-destructieve detectietechnieken als radiodetectie of grondradar reageren gelijk op dergelijke verstoringen. Bovendien speelt het interpreteren van de meetgegevens een belangrijke rol. Acht detectiebedrijven meldden zich reeds bij het COB. Van Ravesteijn hoopt dat er nog een paar partijen bijkomen. Zo moet goed inzicht ontstaan waartoe de branche wel en niet in staat is. Als de resultaten goed zijn vormt de proef wellicht een opmaat voor certificering van de bedrijfstak.
Deelnemers hoeven niet te vrezen dat hun naam te grabbel wordt gegooid, garandeert Van Ravesteijn. Het eindrapport van de proef, dat hij eind dit jaar hoopt te presenteren, bevat geen ranglijst met beste en slechtste detectiebedrijven. Doel van de proef is echt de mogelijkheden van de technieken in kaart te brengen. De eindresultaten worden dus anoniem gepresenteerd. Een speciale projectgroep, met netbeheerders, grondroerders en andere belanghebbenden, waakt erover dat in de proef alle aspecten aan bod komen. Ook één detectiebedrijf, TerraCarta, is bij de opzet betrokken, weet Van Ravesteijn. In de aanloop naar de proef met het zeker een keer de locatie door, maar het mag vanzelfsprekend niet meedoen aan de echte proef. Alle deelnemers krijgen in principe één dag de tijd om de kabels en leidingen in de bodem van de Arnhemse proeftuin op te sporen.
Bron: artikel Cobouw do 25 februari 2010