Oprupsen mootvoegen - COB

Oprupsen mootvoegen

Er is geconstateerd dat veel voegen jaarlijks iets breder worden. Na verloop van tijd kan dit ‘oprupsen’ mogelijk leiden tot structurele schade en verminderde levensduur van de voegen, wat de veiligheid en duurzaamheid van de tunnelinfrastructuur significant reduceert. Het COB-netwerk doet onderzoek naar de omvang van het probleem en mogelijke oorzaken en oplossingen.

Aanleiding

De aanleiding voor dit project vindt zijn oorsprong in de risico’s die in eerder onderzoek naar voren kwamen rondom zandverdichting in zinkvoegen. De afgelopen jaren zijn er meerdere incidenten gerapporteerd waarbij zandophoping leidde tot structurele problemen binnen tunnels, met name door de cyclische krimp en uitzetting van de voeg en zodoende het ‘werken’ van het ginaprofiel als gevolg van temperatuurfluctuaties. Dit probleem, ook wel bekend als het ‘zandpompeffect’, is waargenomen in verschillende tunnels, waaronder de Rotterdamse metrotunnel en de Heinenoordtunnel. Inspecties bevestigen dat deze problemen niet alleen lokaal voorkomen maar mogelijk een groter risico vormen voor tunnels met soortgelijke constructie en omgeving.

Daarnaast blijkt uit de monitoring van verschillende toeritten van tunnels dat er in de loop der tijd sprake is van een horizontale verplaatsing van moten van toeritten naar de uiteindes. Naast een seizoensgebonden effect wordt ook een blijvende verplaatsing gemeten, waardoor de totale lengte van de toerit dus iets toeneemt. Het is onduidelijk wat hiervan het effect is op palen onder de toeritmoten.

Doelstelling

Uit diverse metingen en observaties in andere constructies is gebleken dat het mechanisme ook andere gevolgen kan hebben. Vanuit dit perspectief, en met vergelijkbare aannames en analysemethoden, is besloten een plan op te stellen om een bredere inventarisatie van deze problematiek uit te voeren. Dit vervolgproject richt zich op het zogeheten ‘oprupsen’: het fenomeen waarbij de mootvoegen van een tunnel geleidelijk aan verbreden en de tunnelmoten zich cumulatief gaan verplaatsen.

De werkgroep maakt nu een gedetailleerd projectplan voor vervolgonderzoek in het komende jaar. Dit plan omvat methoden en onderzoekstechnieken zoals monitoring, veldmetingen en risicomodellen om de ontwikkeling en impact van voegvervorming over langere perioden te bestuderen. Hierbij wordt ook gekeken naar de impact van het oprupsen op palen onder de moten van de toerit. Het projectplan zal ook nadere aanbevelingen bevatten voor gerichte preventieve maatregelen en mogelijke interventies die kunnen worden opgenomen in de onderhoudsstrategie voor tunnels.

Voortgang

Rapport

Bijna gereed

Aanbeveling tot scope van onderzoek

Verwacht: Q4 2025

Rapport

Bijna gereed

Aanbeveling tot scope van onderzoek

Toelichting status

De opleverdatum is maart 2026.

Verwacht: Q4 2025

Rapport

Gereed

Inrichten commissie oprupsen

Verwacht: Q2 2025

Rapport

Gereed

Inrichten commissie oprupsen

Toelichting status

De commissie is compleet (geen document opgeleverd).

Opgeleverd: Q2 2025

Afgelopen halfjaar

werkoverleg projectteam

Q4 2025

Tijdens diverse vergaderingen is tot een concept eindrapport gekomen. In het team is besloten dat een scopeuitbreiding nodig is, daarom zal dit project nu niet opleveren maar in 2026.

Vooruitblik

In de komende periode wordt de rapportage afgerond. In de eerste helft van 2026 wordt een plan opgesteld voor vervolgactiviteiten met betrekking tot de mogelijkheden om het mechanisme van oprupsen en het ontstaan van schade aan voegen en paalfunderingen zoveel mogelijk te beperken. Hierbij wordt onder andere naar nieuwe mogelijkheden gekeken om het indringen van grond in de voeg te voorkomen.

Resultaten

De eerste fase van het onderzoek is eind 2024 afgerond. In het rapport is het probleem van het oprupsen uitgebreid omschreven.

Om de omvang en specifieke manifestaties van het probleem in kaart te brengen, is een inventarisatie uitgevoerd bij bestaande tunnels. Hieruit is een beeld ontstaan van de variatie in problematiek en de factoren die bijdragen aan het oprupsen van voegen bij verschillende tunneltypen en locaties.

Op basis van de probleemomschrijving en de inventarisatieresultaten zijn aanbevelingen gedaan voor vervolgonderzoek.

Deelnemers

Arthe Civil & Structure B.V.

Arthe Civil & Structure B.V.

UTRECHT

2
BAM Infraconsult B.V.

BAM Infraconsult B.V.

GOUDA

2
COB

COB

DELFT

6
GE

Gemeente Rotterdam Datagedreven werken Datafabriek - onderdeel Datalab

ROTTERDAM

2
Nebest B.V.

Nebest B.V.

VIANEN

2
ON

Onbekend bedrijf

ROTTERDAM

2
Rijkswaterstaat GPO

Rijkswaterstaat GPO

UTRECHT

4
Trelleborg Ridderkerk B.V.

Trelleborg Ridderkerk B.V.

ROTTERDAM

2
Laden...
Rijkswaterstaat GPO

Arie Timmer

Lid

Rijkswaterstaat GPO
ON

Dick Wilschut

Lid

Onbekend bedrijf
COB

Ellen van Eijk

Begeleider/Facilitator

COB
COB

Frank Blok

Coordinator

COB
Rijkswaterstaat GPO

Harry Dekker

Projectleider

Rijkswaterstaat GPO
Nebest B.V.

Jan Kloosterman

Rapporteur

Nebest B.V.
Tunnel Joint Experts B.V.

Joel van Stee

Secretaris

Tunnel Joint Experts B.V.
Arthe Civil & Structure B.V.

Joost Vervoort

Lid

Arthe Civil & Structure B.V.
Laden...

Meer weten of deelnemen?

De projectleider is Harry Dekker. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ellen.vaneijk@cob.nl of met het COB kantoor via 085 – 4862 410.