Ontwerp ondergrondse ruimten: invloed rookverspreiding op keuze locatie uithangen
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
De looprichting bij het verlaten van ondergrondse ruimten zal vaak omhoog zijn, hetgeen afwijkt van traditionele gebouwen. Als voorbeeld kan gelden een metrostation, waar uitgangen van een aaneengesloten ruimte vaak op begane grond niveau zijn gesitueerd, terwijl de aanwezigen in hoofdzaak verblijven op het ondergronds niveau. De vluchtrichting in ondergrondse ruimten is daarmee vaak, afwijkend van de situatie bij traditionele gebouwen, gelijk aan de richting van de rookverspreiding bij brand. Hierin schuilt potentieel een gevaar.
Voorbeelden van de rookverspreiding zijn kwantitatief uitgewerkt als ook de invloed op het vluchten op diverse hoogteniveaus in die ruimte. Bij het ontwerp van ondergrondse ruimtes kan natuurlijk rekening gehouden worden met dit potentieel gevaar: dit is te voorkomen door de uitgangen van de ruimte ook onder in de ruimte te situeren in plaats van bovenin. Dit zal in voorkomende gevallen kunnen leiden tot meer bouwkosten, omdat een extra brandwerende scheiding geplaatst wordt, soms echter zal het uitsluitend om verplaatsing van de brandwerende scheiding gaan.
Voorbeelden zijn uitgewerkt met een 2-zone model voor de rookverspreiding (een rookbuffer met daaronder een rookvrije laag), aangeduid als het vultijden-model. In dit rapport is niet ingegaan op het belangrijke effect van de onwil om ‘de rook in’ te vluchten. Naast het zicht door de rook speelt ook de aanwezigheid van irriterende gassen daarbij wel een rol.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.