Rookverspreiding in ondergrondse ruimten: Een verkenning van de toxische aspecten
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Twee traditionele aspecten van de verspreiding van rook en de ontvluchting die in ondergrondse bouwwerken hun vanzelfsprekendheid verliezen, zijn de vluchtrichting en de criteria voor een veilige ontvluchting. Deze criteria en hun consequenties zijn onderwerp van deze rapportage. Over de vluchtrichting wordt apart gerapporteerd (Janse, 2000).
Gebruikelijk is het criterium van de resulterende zichtlengte door rook bij de beoordeling van de veiligheid voor ontvluchting. De reden wordt aangedragen in onder meer, namelijk dat dit de belangrijkste oorzaak zou zijn waardoor mensen omkomen bij brand. Daarom wordt bijvoorbeeld met het vultijden-model voor grote brandcompartimenten (Janse, 96) berekend wat de rookdichtheid is indien de rook zich op vluchtweg-niveau bevindt. In dit rapport is hierna met zichtlengte uitsluitend bedoeld: zichtlengte voor lichtgevende voorwerpen.
Uit de adviespraktijk van het Centrum voor Brandveiligheid is bekend dat me soms tot veiligheidscriteria besluit die de resulterende zichtlengte door rook koppelen aan het benodigd zicht voor oriëntatie, in plaats van een vaste, meer traditionele waarde van bijvoorbeeld 30 meter voor lichtgevende voorwerpen (Janse, 2000) dus een rookdichtheid van ca. 0,08 Bel/m. Met name in tunnels met smalle looppaden langs de wand van de tunnel is dit op zich denkbaar en zou de benodigde zichtlengte beperkt kunnen worden tot enkele meters en een veel hogere rookdichtheid.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.