Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Minimaliseren van de gronddekking van boortunnels

Algemene informatie

Auteur B. Couperus
Uitgever Tu Delft
Uitgavedatum april 1996
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In Nederland wordt de laatste jaren steeds meer de nadruk gelegd op ondergronds bouwen. Terwijl steeds meer beperkingen worden gesteld aan het openbreken van het oppervlak. In opkomst zijn dan ook geboorde tunnels. In het buitenland kan gesproken worden van ruime ervaring in het boren van tunnels. In Nederland zijn nog geen verkeerstunnels geboord. Tegenwoordig zijn technieken beschikbaar die het mogelijk maken in Nederlandse omstandigheden te boren. Onderzoek naar de geboorde tunnel is noodzakelijk om de hoge kosten die gepaard...

In Nederland wordt de laatste jaren steeds meer de nadruk gelegd op ondergronds bouwen. Terwijl steeds meer beperkingen worden gesteld aan het openbreken van het oppervlak. In opkomst zijn dan ook geboorde tunnels. In het buitenland kan gesproken worden van ruime ervaring in het boren van tunnels. In Nederland zijn nog geen verkeerstunnels geboord. Tegenwoordig zijn technieken beschikbaar die het mogelijk maken in Nederlandse omstandigheden te boren.

Onderzoek naar de geboorde tunnel is noodzakelijk om de hoge kosten die gepaard gaan met het boren van tunnels te beperken. Deze hoge kosten worden voor een deel bepaald door de aanlegdiepte van de boortunnel. Door de tunnel zo ondiep mogelijk aan te leggen is het dus mogelijk de kosten te beperken (mits voor de geringere aanlegdiepte geen kostenverhogende voorzieningen getroffen moeten worden). Aangezien onduidelijk is op welke wijze de minimale aanlegdiepte van een geboorde tunnel goed kan worden afgeschat, is een vergelijking gemaakt tussen een viertal modellen: Wayss & Freytag, Actieve gronddruk, Principe van verticale trekankers, Grondmechanica Delft.Het gaat hierbij met name om de horizontale gronddruk boven de tunnel en de krachten vanuit de tunnel op de grond. Getracht is met een tweedimensionaal eindige-elementen programma (PLAXIS) hierover meer te kunnen zeggen. Voor de voorbeeldberekeningen is een homogeen zandpakket aangehouden.

Uit het onderzoek is gebleken dat er grote verschillen bestaan tussen de modellen. Met name in de in rekening gebracht neerwaartse en opwaartse krachten. Voor het vergelijken van de horizontale gronddrukken is een basismodel opgesteld waartoe de modellen zijn omgerekend. De horizontale gronddrukcoëfficiënt varieert van actief, ongeveer 0.3, tot 0.8. Uit computerberekening met het Mohr-Coulomb model is gebleken dat met een gronddrukcoëfficiënt gelijk aan de neutrale gronddrukcoëfficiënt of zelfs iets hoger gerekend zou kunnen worden.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Inventarisatie geotechnische ontwerpaspecten boortunnels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Inventarisatie geotechnische ontwerpaspecten boortunnels

Auteurs:
W.O. Molendijk
Uitgever: Grondmechanica Delft
Uitgave: 25 augustus 1994 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport omvat een inventarisatie van, voornamelijk aan literatuur ontleende, ontwerpmethodieken en ‘praktische’ rekenregels, welke kunnen worden gebruikt bij het ontwerp van een geboorde tunnel.

Bekijk document
L330 -Monitoring graaffront boorproces, ontwikkeling prototype speurneus
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L330 -Monitoring graaffront boorproces, ontwikkeling prototype speurneus

Auteurs:
COB
Uitgever: COB
Uitgave: oktober 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

In deze rapportage zijn de uitvoeringswerkzaamheden en de resultaten die leiden tot een prototype van de akoestische Speurneus weergegeven.

Bekijk document
Untersuchungen zur Klebrigkeit bzw. zur Verklumpungsgefahr von Tonböden beim Vortrieb
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Untersuchungen zur Klebrigkeit bzw. zur Verklumpungsgefahr von Tonböden beim Vortrieb

Auteurs:
Erdbaulaboratorium Essen
Uitgever: Kombinatie Middelplaat Westerschelde
Uitgave: 19 december 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het verleden is gebleken dat er kleven en klonteren in de klei optrad, vooral bij het oprijden van door schilden aangedreven TBM’s. Verklevingen waren te herkennen aan het feit dat kleideeltjes zich steeds meer aan de graafwerktuigen hechtten en uiteindelijk verder rijden onmogelijk maakten.

Bekijk document
F210 – Nadere analyse grondonderzoek concept
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F210 – Nadere analyse grondonderzoek concept

Auteurs:
IR. M. Korff
Uitgever: GeoDelft
Uitgave: april 2001 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van het COB-project "Proefproject Sophiaspoortunnel" F200 doet de subcommissie F210 sinds 1999 onderzoek naar het verschijnsel zwel in de Startschacht van de Sophia spoortunnel te Oud-Alblas.

Bekijk document
Vinproeven op grout GHT – resultaten metingen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Vinproeven op grout GHT – resultaten metingen

Auteurs:
A. Bezuijen
Uitgever: Centrum ondergronds bouwen
Uitgave: april 2004 | Geüpload op: 1 mei 2016

Voor de beschrijving van het groutgedrag rondom een geboorde tunnel zijn rekenmodellen ontwikkeld. Voor deze modellen is kennis over de parameters van de grout nodig. Behalve de sterkte van de grout zijn ook de elastische eigenschappen van belang.

Bekijk document
Evaluatie boortechnologie; eerste passage Meetveld Zuid
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Evaluatie boortechnologie; eerste passage Meetveld Zuid

Auteurs:
B.F.J. van Dijk, H.J. Lengkeek
Uitgever: COB
Uitgave: november 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

Deze rapportage heeft betrekking op de 2e orde evaluatie voor de eerste passage van Meetveld Zuid van de Tweede Heinenoordtunnel.

Bekijk document