F512 – Praktijkonderzoek Boortunnel Groene Hart
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Achter de tunnelboormachine (TBM) vormen de ringen een tunnelbuis die is ingebed in grout en grond. Op deze tunnelbuis wordt aan de voorzijde door de TBM een normaalkracht, een moment en een dwarskracht uitgeoefend. De ringen achter de TBM ondervinden een belasting door grout, grond en grondwater, waarbij de grond zelf ook als oplegging in de vorm van een bedding fungeert.
Een ring die net de TBM heeft verlaten, drijft in het vloeibare grout. Dit vloeibare grout kan door neerwaartse groutstroming weerstand bieden tegen de verplaatsingen van de ring. Daarnaast wordt er weerstand geboden door krachtsoverdracht naar enerzijds de TBM en anderzijds de naastgelegen ringen van de tunnelbuis en het verderop reeds verharde grout. De ringen achter de TBM moeten dus samenwerken om een evenwichtssituatie te bereiken. Deze samenwerking wordt liggerwerking genoemd.
Het onderzoek van de COB-commissie F512 heeft zich gericht op de liggerwerking achter de tunnelboormachine tijdens de bouwfase van de Boortunnel Groene Hart. Speerpunten zijn: verplaatsing en vervorming van de tunnel, spanningen in tunnellining en de groutdruk op de buitenkant van de tunnelbuis. De uitgevoerde predicties van de verticale verplaatsingen van een onderhoudsschacht in het tracé onder invloed van het veranderen van gewicht tijdens het bouwproces van de schacht, voorspelden slechts kleine verplaatsingen. Er ontstond nauwelijks liggerwerking in de tunnel door het verplaatsen van de onderhoudsschacht. Dit was reden om het onderzoek te richten op de liggerwerking in de tunnel achter de tunnelboormachine (TBM) tijdens de bouwfase. Op basis van de evaluatie en bestudering zijn er verschillende verklaringen boven gekomen, ook zijn verschillende type meetresultaten geëvalueerd aan de hand van modellen. In het rapport is een uitgebreide evaluatie te vinden.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.