Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

M624 – Onderzoek naar standaardisering m.b.t. staalvezelbeton

Algemene informatie

Auteur J. Stroband
Uitgever COB
Uitgavedatum november 1998
Gepubliceerd 1 mei 2016

Samenvatting

In het kader van het onderzoek van de COB commissie M624 “Standaardisatie staalvezelbeton” is in opdracht van ITM cv een experimenteel onderzoek uitgevoerd naar diverse beproevingsmethoden voor het bepalen van het materiaalgedrag onder trekbelasting. De taak van commissieM624 is het kiezen van een standaard beproevingsmethode voor het bepalen van de constructieve eigenschappen van staalvezelbeton op basis waarvan rekenwaarden kunnen worden vastgesteld voor het ontwerpen van een monoliete extrusie tunnelwand. Het gaat daarbij in het bijzonder om het gedrag van staalvezelbeton...

In het kader van het onderzoek van de COB commissie M624 “Standaardisatie staalvezelbeton” is in opdracht van ITM cv een experimenteel onderzoek uitgevoerd naar diverse beproevingsmethoden voor het bepalen van het materiaalgedrag onder trekbelasting. De taak van commissieM624 is het kiezen van een standaard beproevingsmethode voor het bepalen van de constructieve eigenschappen van staalvezelbeton op basis waarvan rekenwaarden kunnen worden vastgesteld voor het ontwerpen van een monoliete extrusie tunnelwand. Het gaat daarbij in het bijzonder om het gedrag van staalvezelbeton onder trekbelasting.

De toepassing van staalvezels in beton stamt uit het begin van de zestiger jaren. Door de toevoeging van staalvezels wordt een taai materiaal verkregen dat toepassing vond in constructies waar de capaciteit om energie op te nemen van belang is. De standaard beproevingsmethoden die worden toegepast voor het bepalen van het gedrag van beton onder trekbelasting zijn niet zonder meer geschikt voor een taai materiaal zoals staalvezelbeton. Daarom zijn verschillende nieuwe methoden ontwikkeld, waarvan de buigproef in diverse landen is gestandaardiseerd. De informatie die uit deze standaard buigproeven wordt verkregen, te weten een maat voor de taaiheid van het materiaal en de grootte van de equivalente buigtreksterkte, is echter onvoldoende om de materiaaleigenschappen onder trek zodanig te kwantificeren dat deze in niet-lineaire rekenprogramma’s kunnen worden toegepast. Met andere beproevingsmethoden, zoals de trekproef, is dit wel mogelijk.

De taak van commissie M 624 is uit de beschikbare beproevingsmethoden de meest geschikte te kiezen, dan wel een nieuwe testmethode te ontwikkelen. Hiertoe zijn verschillende experimentele onderzoeken uitgevoerd. Het betreft onderzoek in het Stevinlaboratorium met de centrische trekproef en buigproeven op balken en wig-splijtproeven bij de Universiteit van Wenen.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Experimenteel onderzoek gedrag grenslaag constructie-grond
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Experimenteel onderzoek gedrag grenslaag constructie-grond

Auteurs:
E.J. de Haan
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: juli 1996 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit is een experimenteel onderzoek van het schuifgedrag van de interface van de betonnen ringelementen van een geboorde tunnel met de omgevende grond en grout. Parameters worden bepaald die als input kunnen dienen voor software in het ontwerp van tunnels.

Bekijk document
Tweede Beneluxtunnel – kwispelvijzels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Tweede Beneluxtunnel – kwispelvijzels

Auteurs:
Van Hattum en Blankevoort BV
Uitgever: Bouwdienst Rijkswaterstaat
Uitgave: 6 mei 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit document worden de kwispelvijzels bij de Tweede Beneluxtunnel berekend.

Bekijk document
Overzicht berekeningsmethoden boorfrontstabiliteit vloeistofschild
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Overzicht berekeningsmethoden boorfrontstabiliteit vloeistofschild

Auteurs:
Dr. Ir. S. van Baars
Uitgever: Rijkswaterstaat
Uitgave: september 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Tijdens het graven van een tunnel is een tijdelijke ondersteuning van het boorfront noodzakelijk om instabiliteiten te voorkomen. Bij het tunnelboren met een hydro-schild wordt het boorfront ondersteund met een speciale suspensie (bentoniet) die onder druk staat. De vraag is nu welke druk de bentoniet slurrie moet hebben.

Bekijk document
Shear behaviour of tunnels subjected to fire
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Shear behaviour of tunnels subjected to fire

Auteurs:
Brian Bongers
Uitgever: TU Delft
Uitgave: 24 januari 2020 | Geüpload op: 15 augustus 2021

In dit afstudeerproject is er gekeken naar de dwarskrachtcapaciteit van tunnels, en wat de gevolgen van brand hierop zijn. De focus is gelegd op de Heinenoordtunnel, waar geen dwarskrachtwapening is toegepast.

Bekijk document
Alles over bodemenergie
Webpagina

Alles over bodemenergie

Auteurs:
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Uitgever: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Uitgave: - | Geüpload op: 27 september 2021

Op deze pagina is informatie te vinden over de juridische aspecten en de beleidsontwikkeling rondom open en gesloten bodemenergiesystemen.

Bekijk document
SATO 7: tunnelinstallaties
Regeling, norm

SATO 7: tunnelinstallaties

Auteurs:
Rijkswaterstaat
Uitgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Uitgave: 2005 | Geüpload op: 1 mei 2016

In SATO (Specifieke aspecten tunnelontwerp) heeft Rijkswaterstaat richtlijnen voor het ontwerp van tunnels bijeengebracht. Hoofdstuk 7 'Tunnelinstallaties' is een praktisch gerichte aanvulling (verfijning en toelichting) op de Veiligheidsrichtlijnen deel C (VRC), de richtlijn van het Steunpunt Tunnelveiligheid waaraan alle tunnelinstallaties en systemen moeten voldoen.

Bekijk document