Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Modelleren van vezelbeton, een integrale aanpak

Algemene informatie

Auteur J.C. Walraven; commissie M 621
Uitgever COB
Uitgavedatum mei 1999
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In dit rapport wordt een integraal overzicht gegeven van alle aspecten die van belang zijn bij het modelleren van staalvezelbeton. Hierbij komen dus niet alleen zuiver theoretische en wetenschappelijke zaken kijken, maar ook praktische kwesties. In theorie is een geschikt materiaalmodel een (geïdealiseerde) relatie die het werkelijk materiaalgedrag zo goed mogelijk benadert en het gunstige nascheurgedrag ook daadwerkelijk in rekening brengt. Er kunnen echter ook een aantal praktische eisen worden gesteld aan dit materiaalmodel.  Commissie M621 heeft zich ten doel...

In dit rapport wordt een integraal overzicht gegeven van alle aspecten die van belang zijn bij het modelleren van staalvezelbeton. Hierbij komen dus niet alleen zuiver theoretische en wetenschappelijke zaken kijken, maar ook praktische kwesties. In theorie is een geschikt materiaalmodel een (geïdealiseerde) relatie die het werkelijk materiaalgedrag zo goed mogelijk benadert en het gunstige nascheurgedrag ook daadwerkelijk in rekening brengt. Er kunnen echter ook een aantal praktische eisen worden gesteld aan dit materiaalmodel. 

Commissie M621 heeft zich ten doel gesteld een basis te leggen voor een geschikt en verantwoord materiaal model voor staalvezelbeton voor de toepassing in boortunnels en andere (veelbelovende) constructieve toepassingen de praktijk. Naast een goede benadering van het gemiddelde materiaalgedrag en drie praktische eisen moet het materiaalmodel ook verantwoord zijn. Dat wil onder andere zeggen dat de spreiding in het materiaalgedrag op een correcte wijze zal moeten worden meegenomen in de bepaling van de uiteindelijke rekenwaarden en dat er geschikte materiaalfactoren worden opgesteld. Door een grote variatie van de spreiding in het nascheurgedrag blijkt uit dit rapport dat het opstellen van een eenduidige materiaalfactor voor het nascheurgedrag van staalvezelbeton niet mogelijk is. Voor ieder toepassingsgebied zou een individuele materiaalfactor moeten worden toegepast.

Gerelateerde documenten

Invloed van voegmaterialen op de krachtswerking in gesegmenteerde betonnen boortunnels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Invloed van voegmaterialen op de krachtswerking in gesegmenteerde betonnen boortunnels

Auteurs:
E.J. van der Horst
Uitgever: Technische Universiteit Delft
Uitgave: mei 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document betreft een afstudeeronderzoek naar de invloed van voegmaterialen op de krachtswerking in gesegmenteerde, betonnen boortunnels.

Bekijk document
Westerschelde oeververbinding – vriesbelasting op tunnellining
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Westerschelde oeververbinding – vriesbelasting op tunnellining

Auteurs:
ir. P Meijers, ir. H.J. Luger
Uitgever: Grondmechanica Delft
Uitgave: december 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Een beschrijving van de gebruikte modellen en parameters bij de berekening van de vriesbelasting op de tunnel lining, gebruikt bij de realisatie van de dwarsverbindingen van de Westerscheldetunnel.

Bekijk document
Dutch fire testing procedure for concrete tunnel linings and tunnel components
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Dutch fire testing procedure for concrete tunnel linings and tunnel components

Auteurs:
M. Blom et al.
Uitgever: Efectis en Rijkswaterstaat
Uitgave: 01 september 2020 | Geüpload op: 31 augustus 2020

Rijkswaterstaat en Efectis hebben samengewerkt aan een nodige revisie van wat bekend staat als de RWS-procedure voor tunnels. Dit rapport beschrijft de testprocedure zoals deze vanaf 2020 toegepast zal worden. Nieuw in deze versie zijn onder meer werkwijzes voor het testen van vluchtdeuren en voegen, en voor het on-site testen met een mobiele oven.

Bekijk document
L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L510 – Inventarisatie ontwerpmethoden boortunnels voor weg- en railverbindingen

Auteurs:
Commissie L510 (COB)
Uitgever: COB
Uitgave: 1996 | Geüpload op: 6 september 2016

Dit rapport bevat een inventarisatie van ontwerpeisen en bijbehorende ontwerpmethoden voor boortunnels onder Nederlandse omstandigheden.

Bekijk document
L530 – Invloed discontinuïteiten op liggerwerking geboorde gesegmenteerde tunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L530 – Invloed discontinuïteiten op liggerwerking geboorde gesegmenteerde tunnel

Auteurs:
M.R.C. v.d. Heijde
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 5 juni 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport doet verslag van een onderzoek naar de invloed van discontinuïteiten op de liggerwerking van een geboorde gesegmenteerde tunnel.

Bekijk document
Wordt een dynamisch prognosemodel beter door trillingsmetingen uit te voeren?
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Wordt een dynamisch prognosemodel beter door trillingsmetingen uit te voeren?

Auteurs:
P. Holscher
Uitgever: GeoDelft
Uitgave: 20 december 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

Een onderzoek naar de mogelijkheid tot het verbeteren van de maximaal haalbare betrouwbaarheid van trillingprognoses, door het uitvoeren van dynamische metingen aan het systeem.

Bekijk document
COB AI