F210 – Meten en interpreteren van zwel in een open bouwput
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Het hart van de ruim 8 kilometer lange Sophiaspoortunnel als onderdeel van de Betuweroute bestaat uit een geboorde tunnel met twee afzonderlijke tunnelbuizen. Op initiatief van het Centrum Ondergronds Bouwen (COB) en de Projectorganisatie Betuweroute vinden tijdens de uitvoering van deze boortunnel praktijkonderzoeken plaats naar de zwel van bouwputbodems, deformaties en boortechnologie, en optredende belastingen op de tunnelconstructie.
Het doel van het onderzoek van de deelcommissie Zwel F210 is het inzicht vergroten van het gedrag van zowel de grond als de constructie tijdens en na het ontgraven van de bouwput voor de startschacht van de Sophiaspoortunnel. De belangrijkste onderdelen van het onderzoek zijn het meten (monitoring) van het grondgedrag en de bouwkuip met daarnaast verschillende modelberekeningen. Daarnaast is uit de meetresultaten afgeleid welke in de grond optredende mechanismen en interacties tussen grond, water en constructie van belang zijn voor wat betreft de zwel. Er is nagegaan in hoeverre de berekeningen het gemeten gedrag kunnen simuleren. Op basis van de bevindingen van de deelcommissie F210 zijn vervolgens een aantal aandachtspunten voor een rekenmethodiek bij het ontwerpen van diepe, gestempelde bouwputten opgesteld.
De belangrijkste conclusie is dat de zwel tijdens ontlasten snel optreedt, namelijk vrijwel alleen tijdens de maatgevende bouwactiviteit. Tijdens ontgraven van de bouwput vindt hoogstwaarschijnlijk een ongedraineerde, instantane vervorming van de over geconsolideerde kleilaag van Kedichem plaats. De heffing van de ondergrond is in de orde van 20 mm.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.