Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L400 – Ontwikkeling bronmoduul boren van tunnels

Algemene informatie

Auteur F.J.M. Hoefsloot
Uitgever Fugro ingenieursbureau
Uitgavedatum 12 september 1997
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In het kader van de ontwikkeling van een bronmoduul voor het boren van tunnels is een literatuurstudie uitgevoerd. Op basis van de literatuur is een empirisch black-box model gegeven waarin de relatie gelegd wordt tussen de maximale deeltjes snelheid en de afstand van het waarneempunt tot de boorkop. De trillingen welke tijdens het boren kunnen worden opgewekt zijn afhankelijk van het type boring en de processen welke tijdens het boren optreden. Voor het analyseren van de boorprocessen is onderscheid gemaakt...

In het kader van de ontwikkeling van een bronmoduul voor het boren van tunnels is een literatuurstudie uitgevoerd. Op basis van de literatuur is een empirisch black-box model gegeven waarin de relatie gelegd wordt tussen de maximale deeltjes snelheid en de afstand van het waarneempunt tot de boorkop. De trillingen welke tijdens het boren kunnen worden opgewekt zijn afhankelijk van het type boring en de processen welke tijdens het boren optreden. Voor het analyseren van de boorprocessen is onderscheid gemaakt in een viertal type boringen.
De relevante deelprocessen bevatten geen harmonische componenten en kunnen mogelijk theoretisch beschreven worden door middel van een impuls welke gedurende een korte tijd op de grond wordt uitgeoefend. Zowel de grootte van de belasting als de tijdsduur is echter op basis van de procesbeschrijving niet, zonder uitgebreide meetdata, vast te stellen. Voor het opstellen van een bronmoduul voor het boren van tunnels zijn voor elk type boringen praktijkmetingen ter plaatse van de bron noodzakelijk. De metingen dienen specifiek gericht te zijn op de processen welke zijn onderscheiden. Op basis van analyse van meetresultaten is mogelijk een eerste stap te zetten naar kwantificering van de trillingen welke ter plaatse van de bron optreden. In dit rapport blijft de kwantificering noodgedwongen beperkt tot een empirisch black-box model.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

f502 – Metingen onderlinge beïnvloeding Tunnelbuizen Pannerdensch Kanaal
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

f502 – Metingen onderlinge beïnvloeding Tunnelbuizen Pannerdensch Kanaal

Auteurs:
R. Plugge
Uitgever: Furgo
Uitgave: 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

Het centrum ondergronds bouwen (COB) commissie F500 deelcommissie F502 heeft Fugro Ingenieursbureau B.V. de opdracht gegeven voor het leveren, installeren van 11 Spade Cells en uitvoeren en rapporteren van de metingen hiervan tijdens de eerste en tweede passage van de tunnelboormachine bij het Pannerdensch kanaal.

Bekijk document
F100 – Westerscheldetunnel – aanleg dwarsverbindingen met grondbevriezing deel 1
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F100 – Westerscheldetunnel – aanleg dwarsverbindingen met grondbevriezing deel 1

Auteurs:
E.W. Worm, et al.
Uitgever: Gemeenschappelijk Platform Praktijkonderzoek Boortunnels - uitvoeringscommissie F100
Uitgave: 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport geeft informatie over de toegepaste vriestechniek bij het realiseren van de dwarsverbindingen van de Westerscheldetunnel.

Bekijk document
De toekomst is aangeboord – 10 jaar investeren in nieuwe expertise
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

De toekomst is aangeboord – 10 jaar investeren in nieuwe expertise

Auteurs:
Gert Jan Kleefmann
Uitgever: Gemeenschappelijk Praktijkonderzoek Boortunnels
Uitgave: december 2005 | Geüpload op: 1 mei 2016

Deze publicatie geeft een overzicht van de bijzondere kennisontwikkeling in het Gemeenschappelijk Praktijkonderzoek Boortunnels.

Bekijk document
Werkrapportage van B212
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Werkrapportage van B212

Auteurs:
COB
Uitgever: Ministerie van VROM
Uitgave: mei 2004 | Geüpload op: 1 mei 2016

Achterliggende werkrapportage van COB-rapport B212 waarin onderzoek is uitgevoerd naar de ordeningsknelpunten die regelmatig ontstaan in de 'ondergrondse drukte'.

Bekijk document
K100 – Meetplan monitoring milieu-effecten Tweede Heinenoordtunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Meetplan monitoring milieu-effecten Tweede Heinenoordtunnel

Auteurs:
J.W.M. Lambert, F.W.J. van Vliet
+1
Andere auteurs:
W.H. van der Zon
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: maart 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

Tijdens het boren van de Tweede Heinenoordtunnel te Barendrecht komen diverse reststromen vrij uit het scheidingsproces. In het rapport is een meetplan opgesteld om de milieu- en civieltechnische bruikbaarheid van deze reststromen te toetsen. Tevens wordt de effectiviteit van de scheidingsinstallatie getest.

Bekijk document
Risk assessment helps select the contractor for the Copenhagen metro system
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Risk assessment helps select the contractor for the Copenhagen metro system

Auteurs:
J. Kampmann, S.D. Eskesen
+1
Andere auteurs:
J.W. Summers
Uitgever: World Tunnel Congress
Uitgave: april 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document beschrijft in het kort het technische en technische risicobeoordelingsproces dat is aangenomen voor de metro van Kopenhagen voorafgaand aan en tijdens de onderhandelingen om de succesvolle aannemer te kiezen. Het document schetst de basis van het contract, in de context van de eisen van de werkgever voor de metro, en beschrijft hoe een initieel algemeen risico voor het project voorafgaand aan de aanbesteding werd beoordeeld.

Bekijk document