Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L520 Tweedimensionale belastingbepaling met Plaxis

Algemene informatie

Auteur ir. G.A. Visser
Uitgever Centrum Ondergronds Bouwen
Uitgavedatum 23 januari 1998
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

Commissie L500 heeft als doelstelling het ontwikkelen en vastleggen van criteria, rekenmodellen en veiligheidsfactoren voor het ontwerpen van boortunnels voor weg- en railveroer voor de Nederlandse omstandigheden. Werkgroep L520 beoogt de witten vlekken met betrekking tot de geotechnische aspecten (grondonderzoek, grondgedrag en de invloed van boren van tunnels op de omgeving) in te vullen. Dit rapport is een werkdocument opgesteld door werkveld 22.1, belasting en ondersteuning. De inhoud van dit rapport dient als ondersteuning voor de werkzaamheden van de werkgroep...

Commissie L500 heeft als doelstelling het ontwikkelen en vastleggen van criteria, rekenmodellen en veiligheidsfactoren voor het ontwerpen van boortunnels voor weg- en railveroer voor de Nederlandse omstandigheden. Werkgroep L520 beoogt de witten vlekken met betrekking tot de geotechnische aspecten (grondonderzoek, grondgedrag en de invloed van boren van tunnels op de omgeving) in te vullen.

Dit rapport is een werkdocument opgesteld door werkveld 22.1, belasting en ondersteuning. De inhoud van dit rapport dient als ondersteuning voor de werkzaamheden van de werkgroep L520 en zal later verwerkt worden in de eindrapportage van de werkgroep L520. Het rapport dient dan ook in dit verband gelezen te worden.

In dit rapport wordt met behulp van het twee-dimensionale eindigende-elementen-pakket PLAXIS de verwachte beslasting op de lining berekend. Met de berekeningen wordt zo goed mogelijk gepoogd de verschillende fase van het boorproces te modelleren; de belasting zonder volumeverlies rond de lining wordt veroorzaakt door de toleranties tijdens het boren en imperfecties bij het opvullen van de staartspleet. Voor het volumeverlies is abitrait met een procent volumeverlies gerekend om een vergelijking te kunnen maken met drie-dimensionale DIANA berekeningen welke ook in het kader van L520 gemaakt zijn.
De belasting uit de omringde grond is afhankelijk van de grondsoort en de spanningsgeschiedenis van de grond. Om verschillende grondprofielen met elkaar te kunnen vergelijken zijn drie verschillende grondprofielen berekend. Voor zowel een diepe als ondiepe ligging. De aandacht gaat in dit verslag uit naar het zo nauwkeurig mogelijk bepalen van de grondbeslasting. Deze is afhankelijk van de grondsoort en wordt beinvloed door de wijze van modelleren.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Liggerwerking boortunnels – Ontwikkeling van liggerwerking gedurende de bouwfase
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Liggerwerking boortunnels – Ontwikkeling van liggerwerking gedurende de bouwfase

Auteurs:
P.J. Boogaards
Uitgever: Technische Universiteit Delft
Uitgave: augustus 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van dit afstudeerwerk is onderzoek verricht naar de liggerwerking van boortullilels. Binnen dit kader is onderzoek verricht naar de ontwikkeling van liggerwerking gedurende de bouwfase.

Bekijk document
Repair of concrete tunnel lunings – Storebaelt tunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Repair of concrete tunnel lunings – Storebaelt tunnel

Auteurs:
Carola Edvardsen
Uitgever: COWI
Uitgave: 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

Het doel van deze procedure is om verschillende schades te identificeren die kunnen worden gevonden op beton van segmenten in de tunnel, en om passende reparatiewerkzaamheden te definiëren die in elk geval van schade moeten worden uitgevoerd.

Bekijk document
Montagefase maatgevend voor dimensionering tunnenlining
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Montagefase maatgevend voor dimensionering tunnenlining

Auteurs:
Ir. C.B.M. Blom
Uitgever: TNO
Uitgave: 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Voor het berekenen van de lining van geboorde tunnels Is een aantal theorieën ontwikkeld met een grote verscheidenheid aan schematiseringen, variërend van een enkele ring tot modellen op basis van de eindige-elementenmethode (EEM). Veel van deze theorieën gaan uit van belastingen in de eindsituatie.

Bekijk document
K200 – Hergebruik van grond uit boortunnels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K200 – Hergebruik van grond uit boortunnels

Auteurs:
Commissie K200 (COB)
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: juli 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

In deze eindrapportage zijn de verschillende deelstudies samengevat, die in het kader van K200 zijn uitgevoerd. Tevens zijn de conclusies en aanbevelingen voor verdere ontwikkelingen en vernieuwingen gebundeld. 

Bekijk document
K100 – Postdictie slijtage snijtanden Tweede Heinenoordtunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Postdictie slijtage snijtanden Tweede Heinenoordtunnel

Auteurs:
W.H.J. van der Velden
Uitgever: COB
Uitgave: augustus 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Postdicties worden gemaakt ten aanzien van de slijtage van de snijtanden. Dit rapport bevat de resultaten van de postdicties. De resultaten van de metingen worden geëvalueerd en vergeleken met de gemaakte postdicties.

Bekijk document
SATO 5: tunneldetails 1 – Dilatatievoegen
Regeling, norm

SATO 5: tunneldetails 1 – Dilatatievoegen

Auteurs:
Rijkswaterstaat
Uitgever: Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Uitgave: 2005 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het SATO (Specifieke aspecten tunnelontwerp) heeft Rijkswaterstaat richtlijnen voor het ontwerp van tunnels bijeen gebracht. Hoofdstuk 5 'Tunneldetails' beschrijft technische oplossingen voor bepaalde onderdelen. Dit document, paragraaf 5.1, gaat in op dilatatievoegen: rubberen stroken tussen tunneldelen om spanningen op te vangen en de tunnel waterdicht te houden.

Bekijk document