L520 3D EEM-Berekeningen
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
De subcommissie L520 ‘Rekenmodellen Geotechniek’ worden geotechnische en civieltechnische omgevings- aspecten beschouwd voor het ontwerpen van boortunnels. In dit rapport zijn de resultaten weergegeven van de 3D eindige-elementenmethode(EEM)-berekeningen, die in het kader van deze commissie zijn uitgevoerd. Hierbij is met name aandacht gegeven aan de stabiliteit van het boorfront en de spanning en vervormingen, die door het gehele boorproces in de ondergrond ontstaan. Dit rapport vormt een feitelijke weergave van de uitgevoerde berekeningen.
De deformatie aan het boorfront en de spanningen en vervorming met name als gevolg van het groutporces in de staartspleet worden geanalyseerd voor een ondiepe en een diepe tunnel. Hierbij zijn 4 bodemprofielen beschouwd: alleen zand, alleen klei en twee profielen met zowel zand- als kleilagen. Voor deze configuraties is eerst de verplaatsing van het boorfront als functie van de aangebrachte steundruk berekend. Waar mogelijk is tevens de maximale en de minimale steundruk bepaald. Voor het modelleren van het groutporces is eerst in 2D analyses van het effect van de groutdrukken op de omliggende grondlagen berekend. Hierbij zijn 3 verschillende druksituaties beschouwd. Bij de hoge groutdruk wordt de grond rondom de tunnel opgespannen en ontstaan meestal maaiveldrijzingen. Bij de lage druk ontstaan direct boven de tunnel en aan het maaiveld zakkingen. De grootte van de zakkingen is afhankelijk van de diepteligging en de eigenschappen van de gemodelleerde grondlagen. De vervormingen van het boorgat, berekend in de 2D analyses, worden vervolgens gebruikt om in de 3D-bereking de 3D effecten van het grout te simuleren.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.