Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Starting a large diameter TBM from surface

Algemene informatie

Auteur A.H. Oldenhave
Uitgever Technische universiteit Delft
Uitgavedatum 6 mei 2014
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In Nederland moeten bij de aanleg van een boortunnel een lanceerplatform en een ontvangstschacht worden uitgegraven om voldoende dekking te garanderen. Dit is nodig om face stability te garanderen en het voorkomen van uplift of het risico op een blow. Bovendien bestaat vooral in het westen van Nederland de eerste 10 tot 20 meter grond uit de Holoceenlaag bestaande uit zachte klei en veen. Door het tunnelproces op voldoende diepte te starten, wordt de tunnel door het Pleistoceen gereden en...

In Nederland moeten bij de aanleg van een boortunnel een lanceerplatform en een ontvangstschacht worden uitgegraven om voldoende dekking te garanderen. Dit is nodig om face stability te garanderen en het voorkomen van uplift of het risico op een blow. Bovendien bestaat vooral in het westen van Nederland de eerste 10 tot 20 meter grond uit de Holoceenlaag bestaande uit zachte klei en veen. Door het tunnelproces op voldoende diepte te starten, wordt de tunnel door het Pleistoceen gereden en blijven de bodemvervormingen klein.
In 2009 is in Japan een nieuwe methode geïntroduceerd: de Ultra Rapid UnderPass (URUP) methode. Bij deze methode begint de tunnelboormachine (TBM) vanaf het maaiveld te graven. Hierdoor is er geen lanceer- en ontvangstschacht meer nodig. Dit elimineert de noodzaak voor dure schachten die tijdrovend zijn om te bouwen, wat de URUP-methode interessant maakt om in Nederland toe te passen. Het toepassen van deze methode zal echter resulteren in kleine deksels aan het begin en het einde van de tunnelbekleding. Daarom zijn complicaties te verwachten.
In dit rapport wordt de haalbaarheid van deze methode, toegepast voor tunnels met een grote diameter, beoordeeld door de belangrijkste complicaties van deze methode (tunneling met marginale dekking) in Nederland te onderzoeken. Als basis voor de haalbaarheidsstudie wordt gebruik gemaakt van een referentieproject, dat voor de nabije toekomst is gepland. Het referentieproject “Rijnlandroute” ligt in het westen van Nederland (tussen Leiden en Voorschoten), waar de eerste 11 meter uit Holocene slappe grond bestaat. Voor dit proefschrift wordt alleen gekeken naar de oostelijke start van de tunnel, die in een polder ligt. Het grondwaterpeil ligt ongeveer een meter onder maaiveld en de omgeving is grotendeels greenfield.

Starting a large diameter TBM from surface

Externe link

Bezoek externe link

Gerelateerde documenten

K100 – Nabeschouwing van het grondonderzoek GT-C
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Nabeschouwing van het grondonderzoek GT-C

Auteurs:
P.P.T. Litjens
Uitgever: GeoDelft
Uitgave: juli 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Ter behoefte van de bouw van de tweede Heinenoordtunnel is in het verleden een grondonderzoek uitgevoerd, bestaande uit terrein- en laboratoriumproeven. Dit document bevat een evaluatie van dit grondonderzoek.

Bekijk document
N900 – Inventarisatie juridische vraagstukken ondergronds bouwen: deelproject 1
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

N900 – Inventarisatie juridische vraagstukken ondergronds bouwen: deelproject 1

Auteurs:
F.E.V.M. van der Woude
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 1 juli 1996 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit inventarisatie-onderzoek zijn 19 deskundigen ondervraagd in 13 interviews ter voorbereiding op het COB-project N900 "Juridische aspecten ondergronds bouwen". Verder geeft het rapport een overzicht van de tijdens de interviews genoemde onderzoekthema's en -vraagstukken en is een tentatieve lijst van mogelijk relevante onderzoeksrapporten en publicaties opgesteld.

Bekijk document
Case study softeningmodel for concrete applied in structural analysis of tunnelsection
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Case study softeningmodel for concrete applied in structural analysis of tunnelsection

Auteurs:
K. Hoiseth
Uitgever: TNO
Uitgave: 29 november 1994 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit verslag gaat over de resultaten van het mechanische gedrag van een tunnelsectie ontworpen voor in-situ ladingen, in combinatie met interne overdruk.

Bekijk document
Veilig afhandelen procesverstoringen tijdens tunnelboorproces
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Veilig afhandelen procesverstoringen tijdens tunnelboorproces

Auteurs:
Oscar Terheijden
Uitgever: TU Delft
Uitgave: 16 maart 2020 | Geüpload op: 15 augustus 2021

In de afstudeerwerk is onderzoek gedaan naar de beheersing van arbeidsveiligheidsrisico’s bij procesverstoringen van de meest risicovolle productiefuncties van een tunnelboorproces in slappe bodem.

Bekijk document
Lekkage in tunnels – Dilatatievoegen Beton
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Lekkage in tunnels – Dilatatievoegen Beton

Auteurs:
Ing. L. Leeuw
Uitgever: Rijkswaterstaat, bouwdienst
Uitgave: 1 september 2008 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport gaat over de oorzaak en aanpak van lekkages in tunnels, die hoofdzakelijk in dilatatievoegen en in het beton van vloeren, wanden en of tunneldaken kunnen voorkomen.

Bekijk document
K100 – Praktijkonderzoek boortunnels  – Ringdeformaties in relatie tot de 2e orde
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Praktijkonderzoek boortunnels – Ringdeformaties in relatie tot de 2e orde

Auteurs:
R.J. van Beek
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 1 december 1995 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van het CUR/COB K100, is een predictie uitgevoerd naar de grootte van de 2de orde effecten bij boortunnels. Deze studie is uitgevoerd wegens onvoldoende beschikbare kennis omtrent 2de orde effecten ten gevolge van deformaties van de tunnelconstructie. Deze effecten kunnen een rol spelen met betrekking tot instabiliteit, ongeoorloofde deformaties en rotaties en de krachtswerking.

Bekijk document