M530 – Bevriezen van grond, kruip- en sterkteproeven
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Dit document bevat een onderzoek uitgevoerd op bevroren Nederlandse zand-, klei- en veenmonsters. In totaal zijn zes kruip- en sterkteproeven uitgevoerd per grondsoort.
Het doel van het onderzoek is om het gedrag van de bevroren grond te bepalen. Het gebruik van vriestechnieken in Nederland was ten tijde van het uitkomen van het rapport voornamelijk gebruikt bij de bouw van dwarsverbindingen tussen geboorde tunnels. Het streven was dat de techniek op andere aspecten van ondergronds bouwen ingezet zou worden, bijvoorbeeld bij het maken van het dichtblok en de tijdelijke grondverbetering op moeilijk bereikbare plaatsen.
Het deelplan M530 ‘grondbevriezen’ bestaat uit zes onderzoeksfasen, waarin dit rapport valt onder fase #5: onderzoeksfase parameterbepaling. Deze fase is onderverdeeld in vijf subfasen. Het onderzoek bevat de resultaten van subfase #5.4: classificatie proeven (kruipproeven).
Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden afgeleid:
- Bij alle grondsoorten is het mogelijk om het vriesfront van onder naar boven door het monster te laten lopen
- Bij klei en veen treedt – in tegenstelling tot zand – uitzetting op bij het bevriezen
- De vrije prisma sterkte is bij het bevroren zand ongeveer drie keer zo hoog als bij de bevroren klei en het bevroren veen
- De 6 kruipproeven bij -10°C geven aan dat:
- het veen zeer kruipgevoelig is en snel bezwijkt
- het zand redelijk kruipgevoelig is, de lange termijn sterkte is waarschijnlijk minder dan 40% van de vrije prisma sterkte
- de klei relatief weinig kruip vertoont, de lange termijn sterkte is waarschijnlijk minder dan 50% van de vrije prisma sterkte
- Vergelijking van de resultaten met literatuurgegevens gaf een redelijke mate van overeenstemming
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.