F100 – Westerscheldetunnel – aanleg dwarsverbindingen met grondbevriezing deel 1
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Bij de bouw van de Westerscheldetunnel zijn bij de aanleg van 26 dwarsverbindingen grondbevriezingstechnieken gebruikt. Bij de eerste en tweede dwarsverbinding worden speciale metingen verricht in het kader het COB-praktijkonderzoek F100. Dit onderzoek wordt besproken in dit rapport.
De techniek van kunstmatige grondbevriezing (Artificial Ground Freezing, AGF) is gebruikt om de dwarsverbindingen waterdicht te maken. Bij dit proces zijn er ook risico’s verbonden, zoals tunneldeformatie en instabiliteit van de bevroren grond.
De grond bij de twee dwarsverbindingen verschillen: bij dwarsverbinding-1 (DV1) is er zand en bij dwarsverbinding-2 (DV2) is er klei. De vriesspanningen en deformatie bij DV2 zijn vele malen groter dan bij DV1. Voor een stabiel ontwerp moet er labonderzoek worden gedaan naar het bevriezen van verschillende grondsoorten.
Er moet goede monitoring gedaan worden naar de temperatuur van zowel de grond als tunnelsegmenten. Ook de deformaties en verplaatsing van aanpalende (ondergrondse) constructies moet goed worden gemonitord.
De conclusie van dit rapport is dat ongecontroleerd gebruik van AGF kan leiden tot schade in de tunnel. Om AGF gecontroleerd te kunnen gebruiken moet er voldoende kennis van de eigenschappen van de grond worden opgedaan.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.