Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Intrillen van stalen damwanden in niet-cohesieve gronden

Algemene informatie

Auteur S. Azzouzi
Uitgever Technische Universiteit Delft
Uitgavedatum mei 2003
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels Ondergrondse inrichting

Samenvatting

Door de relatief lage geluidshinder, de lage schade aan de damwand en de hogere inbrengsnelheid, en daarmee lagere kotsen, worden de damwanden in Nederland voor 80% trillend in de grond gebracht. Men baseert zich daarbij op empirische ervaring van de aannemers. Toch leert de ervaring dat het proces van intrillen niet in alle gevallen optimaal verloopt. Daarom is er grote behoefte aan modellen die de intrilbaarheid en de intrilsnelheid kunnen voorspellen bij gegeven grondeigenschappen, damwandgeometrie en capaciteit van het trilblok....

Door de relatief lage geluidshinder, de lage schade aan de damwand en de hogere inbrengsnelheid, en daarmee lagere kotsen, worden de damwanden in Nederland voor 80% trillend in de grond gebracht. Men baseert zich daarbij op empirische ervaring van de aannemers. Toch leert de ervaring dat het proces van intrillen niet in alle gevallen optimaal verloopt. Daarom is er grote behoefte aan modellen die de intrilbaarheid en de intrilsnelheid kunnen voorspellen bij gegeven grondeigenschappen, damwandgeometrie en capaciteit van het trilblok.

Dit afstudeeronderzoek richt zich deze predictiemodellen ten behoeve van het intrillen van damwanden in niet-cohesieve gronden. Het betreft een tweedelige rapportage bestaande uit een literatuuronderzoek en eindrapport. In het literatuuronderzoek zijn de optredende verschijnselen, de werking van een trilblok en de meest gangbare predictiemodellen beschreven. Verder zijn ook een aantal vuistregels en diagrammen behandeld die vooral in Nederland breed worden toegepast. In het eindrapport wordt verder ingegaan op de doelstelling van het afstudeeronderzoek: het opstellen van een betrouwbaar predictiemodel voor het intrillen van damwanden, gebaseerd op één of meer bestaande modellen zoals beschreven in de literatuurstudie.

 

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Kennis over de Nederlandse ondergrond
Database / kennisbank

Kennis over de Nederlandse ondergrond

Auteurs:
-
Uitgever: -
Uitgave: 30 november 2019 | Geüpload op: 24 september 2021

Deze website geeft een overzicht van een interpretatie van de Nederlandse Tertiaire en Kwartaire afzettingen. Naast beschrijving van verschillende afzonderlijk formaties zijn artikelen opgenomen over tektoniek, grondwater, sonderingen en chemie.

Bekijk document
L620 – Boorapplicatie Geocentrifuge – Eindrapport
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L620 – Boorapplicatie Geocentrifuge – Eindrapport

Auteurs:
H.E. Brassinga
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: juni 2000 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document bevat het eindrapport van het gebruik van verschillende modulen in een geocentrifuge. Dit is gedaan voor commissie L620 – Boorapplicatie Geocentrifuge, wat een aantal modulen ontwikkelt om rekenmodellen voor ondergronds bouwen te creëren en verbeteren.

Bekijk document
BRO 4 BRO
Webpagina

BRO 4 BRO

Auteurs:
-
Uitgever: Basisregistratie ondergrond (BRO)
Uitgave: - | Geüpload op: 11 oktober 2021

Deze website biedt een overzicht van praktische documenten, aanpakken en oplossingen van organisaties die met de BRO werken. De voorbeelden laten zien hoe de BRO onderdeel kan zijn van werkprocessen en hoe ondergrond en BRO-gegevens een rol kunnen spelen in (omgevings)visies en bij het beheer en ontwikkeling van een gemeente.

Bekijk document
DOC
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Reliability of vibration prognosis by FEM test-site Rotterdam North: Phase 2

Auteurs:
J.P. Pruiksma, dr. P. Hölscher
+2
Andere auteurs:
W. Gardyn, ea
Uitgever: Delft Cluster
Uitgave: 2003 | Geüpload op: 24 oktober 2017

Het doel van het Delft Cluster-project 710502 "Betrouwbaarheid van Trillingsprognoses" is om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van voorspellingen van trillingsniveaus. Als onderdeel van het project zijn trillingsvoorspellingen gedaan en vergeleken met uitgebreide metingen op de proeflocatie Rotterdam Noord. Trillingen werden gemeten veroorzaakt door wegverkeer, damwanden plaatsen, een vrachtwagen die over een drempel rijdt en vallend gewicht.

Bekijk document
L400 – Verificatie prognosemodel ‘bronmoduul heien’
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L400 – Verificatie prognosemodel ‘bronmoduul heien’

Auteurs:
A.S. Baas
Uitgever: Holland Railconsult
Uitgave: 18 oktober 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit rapport wordt de verificatie beschreven van de deelmodule 'heien' van het prognosemodel trillingen (L400). Het doel van deze verificatie is het aangeven hoe het verband wordt gelegd tussen fysisch meetbare invoergegevens en de door het prognosemodel gegenereerde uitkomsten.

Bekijk document
F220/F230 – Eindrapport 4D-groutdrukmodel Plaxis
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F220/F230 – Eindrapport 4D-groutdrukmodel Plaxis

Auteurs:
F.J.M. Hoefsloot, A. Verweij
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 19 juli 2005 | Geüpload op: 1 mei 2016

Eindrapport van commissie F220. Hierbij is een haalbaarheidsstudie gedaan naar de praktische toepasbaarheid van een 4D-groutdrukmodel met het eindige-elementenmethode (EEM) PLAXIS3D.

Bekijk document