Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L520 3D EEM-Berekeningen

Algemene informatie

Auteur E.P. van Jaarsveld
Uitgever Grondmechanica Delft
Uitgavedatum 23 december 1997
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

De subcommissie L520 ‘Rekenmodellen Geotechniek’ worden geotechnische en civieltechnische omgevings- aspecten beschouwd voor het ontwerpen van boortunnels. In dit rapport zijn de resultaten weergegeven van de 3D eindige-elementenmethode(EEM)-berekeningen, die in het kader van deze commissie zijn uitgevoerd. Hierbij is met name aandacht gegeven aan de stabiliteit van het boorfront en de spanning en vervormingen, die door het gehele boorproces in de ondergrond ontstaan. Dit rapport vormt een feitelijke weergave van de uitgevoerde berekeningen. De deformatie aan het boorfront en de...

De subcommissie L520 ‘Rekenmodellen Geotechniek’ worden geotechnische en civieltechnische omgevings- aspecten beschouwd voor het ontwerpen van boortunnels. In dit rapport zijn de resultaten weergegeven van de 3D eindige-elementenmethode(EEM)-berekeningen, die in het kader van deze commissie zijn uitgevoerd. Hierbij is met name aandacht gegeven aan de stabiliteit van het boorfront en de spanning en vervormingen, die door het gehele boorproces in de ondergrond ontstaan. Dit rapport vormt een feitelijke weergave van de uitgevoerde berekeningen.

De deformatie aan het boorfront en de spanningen en vervorming met name als gevolg van het groutporces in de staartspleet worden geanalyseerd voor een ondiepe en een diepe tunnel. Hierbij zijn 4 bodemprofielen beschouwd: alleen zand, alleen klei en twee profielen met zowel zand- als kleilagen. Voor deze configuraties is eerst de verplaatsing van het boorfront als functie van de aangebrachte steundruk berekend. Waar mogelijk is tevens de maximale en de minimale steundruk bepaald. Voor het modelleren van het groutporces is eerst in 2D analyses van het effect van de groutdrukken op de omliggende grondlagen berekend. Hierbij zijn 3 verschillende druksituaties beschouwd. Bij de hoge groutdruk wordt de grond rondom de tunnel opgespannen en ontstaan meestal maaiveldrijzingen. Bij de lage druk ontstaan direct boven de tunnel en aan het maaiveld zakkingen. De grootte van de zakkingen is afhankelijk van de diepteligging en de eigenschappen van de gemodelleerde grondlagen. De vervormingen van het boorgat, berekend in de 2D analyses, worden vervolgens gebruikt om in de 3D-bereking de 3D effecten van het grout te simuleren.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Van onzekerheid naar betrouwbaarheid: handreiking voor geotechnische ontwerpers
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Van onzekerheid naar betrouwbaarheid: handreiking voor geotechnische ontwerpers

Auteurs:
CUR-commissie C135
Uitgever: CUR Bouw & Infra
Uitgave: juni 2008 | Geüpload op: 27 september 2021

Voor een goed ontwerp is een gedegen inzicht nodig in de werkelijke risico’s, en is alleen het voldoen aan de normen nog geen garantie voor een optimaal ontwerp. Met meer kennis over de veiligheidsbenadering, de achtergronden van de voorschriften en van de statistiek is een grotere optimalisatie van het geotechnisch ontwerp mogelijk, en dit kan tot kostenbesparingen leiden. Deze publicatie geeft de mogelijkheden aan voor het optimaliseren van het ontwerp.

Bekijk document
Proeven Spoorzone Delft: plan van aanpak diepwandproef TU Delft
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Proeven Spoorzone Delft: plan van aanpak diepwandproef TU Delft

Auteurs:
R. Spruit, J.H. van Dalen
Uitgever: Geo-Impuls
Uitgave: 31 mei 2013 | Geüpload op: 25 augustus 2021

Dit document betreft het plan van aanpak van diepwandproeven die plaatsvinden binnen het project 'Spoorzone Delft' en uitgevoerd worden in het kader van het programma 'Geo-Impuls'.

Bekijk document
F502 – Praktijkonderzoek Pannerdensch Kanaal tunnelgedrag, Literatuurstudie onderlinge tunnelbuisbeïnvloeding
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F502 – Praktijkonderzoek Pannerdensch Kanaal tunnelgedrag, Literatuurstudie onderlinge tunnelbuisbeïnvloeding

Auteurs:
mw. drs. J.M. Hielkema; ing. E.A. Kwast
Uitgever: COB
Uitgave: 9 oktober 2002 | Geüpload op: 1 mei 2016

Literatuurstudie gericht op nationaal of internationaal gerealiseerde boortunnels met een beperkte tussenafstand tussen de tunnelbuizen.

Bekijk document
L520 – Richtlijnen boorfrontstabiliteit
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L520 – Richtlijnen boorfrontstabiliteit

Auteurs:
H.J.A.M. Hergarden, C.A.H. Wouters
+1
Andere auteurs:
R.P. Boeije
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: december 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Bij het boren van tunnels is in Nederland vrijwel altijd een ondersteuning van het boorfront noodzakelijk. In dit rapport wordt een berekeningsmethode beschreven om de minimaal benodigde steundruk te bepalen.

Bekijk document
F300-Praktijkonderzoek Botlekspoortunnel Symposium COB
Presentatie

F300-Praktijkonderzoek Botlekspoortunnel Symposium COB

Auteurs:
F. De Boer, J.H. Jonker
Uitgever: COB
Uitgave: 2 juli 2001 | Geüpload op: 1 mei 2016

Een verzameling van presentatie-sheets en andere technische informatie behandeld op het symposium van 2 juli 2001 over het COB F300 Praktijkonderzoek Botlekspoortunnel.

Bekijk document
K100 – Presentatie TBM metingen – Eerste passage meetveld Zuid
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Presentatie TBM metingen – Eerste passage meetveld Zuid

Auteurs:
B.M. Berkhout
Uitgever: COB
Uitgave: 24 september 1998 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport beschrijft de verwerking van de metingen aan de Tunnel Boormachine (TBM) bij het boren van de Tweede Heinenoordtunnel. Dit vierde rapport in een serie van zes beschrijft de verwerking van de metingen tijdens de eerste passage van het Meetveld Zuid.

Bekijk document