Omvang boorfront instabiliteit bij aanleg 2e Heinenoordtunnel
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
Bij de bouw van de tweede Heinenoordtunnel is op 28 augustus 1997, in een poging de steundruk op peil te houden, in ongeveer een half uur tijd, vier tot zes honderd kubieke meters bentonietslurry richting de mengkamer gepompt. Ook is de druk in de mengkamer daarna sterk afgenomen. Hieruit wordt geconcludeerd dat er een open verbinding moest zijn ontstaan met de rivierbodem ten gevolge van een opgetreden boorfront instabiliteit. De vraag is nu hoe groot de omvang van deze boorfront instabiliteit was.
Zowel uit de sondeergegevens als uit de sonar-dieptemetingen blijkt dat de uitblaas een grote invloed heeft gehad. Zowel in de diepte (tot op de kleilaag) als in de breedte (tot op minstens 10 meter afstand en waarschijnlijk nog meters verder) is de grond verstoord. Ook is er in grote lijnen een kegel grond verdwenen met een diameter van 15 meter aan het maaiveld en een diepte van 2,5 meter. Helaas is er nog geen enkele theorie die een voorspelling doet over de omvang van een uitblaas. Wel is bekend dat met een helling van globaal 2:1 de verstoring een diameter heeft (aan bet oppervlak), gelijk aan de diameter van de tunnel plus de dekking op de tunnel. Inzicht in zaken als de terugloop van de conusweerstanden en de invloed van de tijd en het debiet van de steunvloeistof op het totale verstorings- en ontgrondingsproces is er niet.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.