Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

K100 – Praktijkonderzoek boortunnels – Ringdeformaties in relatie tot de 2e orde

Algemene informatie

Auteur R.J. van Beek
Uitgever CUR/COB
Uitgavedatum 1 december 1995
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In het kader van het CUR/COB K100, is een predictie uitgevoerd naar de grootte van de 2de orde effecten bij boortunnels. Deze studie is uitgevoerd wegens onvoldoende beschikbare kennis omtrent tweede orde effecten ten gevolge van deformaties van de tunnelconstructie. Deze effecten kunnen een rol spelen met betrekking tot instabiliteit, ongeoorloofde deformaties en rotaties en de krachtswerking. Na een uitvoerige literatuurstudie, is een modelselectie gemaakt. Tevens is de literatuur met betrekking tot tweede orde betrekkingen geïnventariseerd en geanalyseerd. Hieruit is...

In het kader van het CUR/COB K100, is een predictie uitgevoerd naar de grootte van de 2de orde effecten bij boortunnels. Deze studie is uitgevoerd wegens onvoldoende beschikbare kennis omtrent tweede orde effecten ten gevolge van deformaties van de tunnelconstructie. Deze effecten kunnen een rol spelen met betrekking tot instabiliteit, ongeoorloofde deformaties en rotaties en de krachtswerking.
Na een uitvoerige literatuurstudie, is een modelselectie gemaakt. Tevens is de literatuur met betrekking tot tweede orde betrekkingen geïnventariseerd en geanalyseerd. Hieruit is onder andere een tweede orde factor voor de verschillende gevallen te bepalen. Vervolgens zijn berekeningen gemaakt voor verschillende doorsneden en bijbehorende grondprofielen. Door zowel geometrisch lineair als – niet lineair te rekenen, kan hieruit de 2de orde factor worden bepaald. Daarnaast is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de afhankelijkheden van de verschillende parameters, zijnde de beddingsconstante en buigstijfheid van de buis, te bepalen. Voor de beschouwde doorsneden is geconcludeerd dat dit 2de orde effect circa 1.02 tot 1.05 bedraagt en dus zeer gering is. De berekende waarde komt redelijk overeen met de uit de literatuur gevonden waarde. De tweede orde factor is groter bij diepere ligging van de tunnel.

Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat de tweede factor toeneemt bij afnemende stijfheid van de grond en/of de constructie. Hierbij heeft de buigstijfheid van de ring de grootste invloed. De deformaties van de ring zijn in de orde 1 tot 11 mm, afhankelijk van de plaats op de ring.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

L610 – Boorapplicatie Geocentrifuge – Inventarisatiestudie
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L610 – Boorapplicatie Geocentrifuge – Inventarisatiestudie

Auteurs:
J.T. van der Poel; H.J.A.M. Hergarden
Uitgever: Grondmechanica Delft
Uitgave: december 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document bevat een inventarisatiestudie naar de relevante probleemvelden voor de aanleg van ondergrondse infrastructuur, die kunnen worden onderzocht met behulp van de geocentrifuge. Nagegaan is welke modulen zouden moeten worden ontwikkeld om deze probleemvelden te onderzoeken.

Bekijk document
F210 – Nadere analyse grondonderzoek concept
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F210 – Nadere analyse grondonderzoek concept

Auteurs:
IR. M. Korff
Uitgever: GeoDelft
Uitgave: april 2001 | Geüpload op: 1 mei 2016

In het kader van het COB-project "Proefproject Sophiaspoortunnel" F200 doet de subcommissie F210 sinds 1999 onderzoek naar het verschijnsel zwel in de Startschacht van de Sophia spoortunnel te Oud-Alblas.

Bekijk document
L400 – Gegevens bovenbouw en ballastbed
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L400 – Gegevens bovenbouw en ballastbed

Auteurs:
E.R. Kuipers
Uitgever: CUR/COB
Uitgave: 11 juli 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

In deze rapportage worden in het kadervan het CUR/COB onderzoek L400 "Trillingen" de in het Nederlandse hoofdspoor meest voorkomende onderdelen en eigenschappen van de bovenbouwconstructies en het ballastbed beschreven.

Bekijk document
L520 Funderingen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L520 Funderingen

Auteurs:
ir. R.P. v/d Putten
Uitgever: Centrum Ondergronds Bouwen
Uitgave: 10 maart 2000 | Geüpload op: 1 mei 2016

In deze rapportage wordt getracht een causaal verband te leggen tussen de gemeten deformaties van het maaiveld en de ondergrond in vergelijking met de gemeten paalkopdeformaties ten gevolge van de tweede passage. Voor deze studie is gebruik gemaakt van de metingen aan het proefpalenveld van de Noord/Zuidlijn ter plaatse van de tweede Heinenoordtunnel. 

Bekijk document
Het ontwerp, de bouw en het functioneren van de tunnelboormachine voor de Tweede Heinenoordtunnel
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Het ontwerp, de bouw en het functioneren van de tunnelboormachine voor de Tweede Heinenoordtunnel

Auteurs:
J.L. van der Put et al.
Uitgever: Bouwdienst Rijkswaterstaat
Uitgave: 1 juni 1997 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit document beschrijft het ontwerp, de bouw en het functioneren van de Tunnelboormachine voor de Tweede Heinenoordtunnel onder de Oude Maas bij de gemeente Barendrecht gezien vanuit het oogpunt van Rijkswaterstaat.

Bekijk document
N800 – Arbeidsomstandigheden boorproces
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

N800 – Arbeidsomstandigheden boorproces

Auteurs:
A.C.P. Frijters et al.
Uitgever: Centrum Ondergronds Bouwen
Uitgave: 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Bij de bouw van tunnels zijn er risico's voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers. Om deze risico's te verkleinen is er een storingsanalyse-techniek ontwikkeld. Deze techniek wordt besproken in dit document. 

Bekijk document