Naar kennisbank
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

F300 – Predictieproeven grondgedrag met schuim

Algemene informatie

Auteur drs. H.M. van Essen, ing. W.H. van der Zon
Uitgever COB
Uitgavedatum maart 2002
Gepubliceerd 1 mei 2016

Toepassingen

Tunnels

Samenvatting

In opdracht van CUR/COB is onderzoek uitgevoerd naar het effect van schuim op de fysische eigenschappen van drie grondsoorten (klei, grof zand en fijn zand). De fysische eigenschappen zijn gekwantificeerd met behulp van samendrukkings- en triaxiaalproeven. Uit de samendrukkingsproeven blijkt dat bij spanningen tot ca. 50 kPa klei zich overwegend slapper gedraagt met schuim, terwijl boven deze spanning het materiaal zich juist stijver gedraagt. Grof zand blijkt zich stijver te gaan gedragen met schuim, terwijl fijn zand juist een slappen...

In opdracht van CUR/COB is onderzoek uitgevoerd naar het effect van schuim op de fysische eigenschappen van drie grondsoorten (klei, grof zand en fijn zand). De fysische eigenschappen zijn gekwantificeerd met behulp van samendrukkings- en triaxiaalproeven.
Uit de samendrukkingsproeven blijkt dat bij spanningen tot ca. 50 kPa klei zich overwegend slapper gedraagt met schuim, terwijl boven deze spanning het materiaal zich juist stijver gedraagt. Grof zand blijkt zich stijver te gaan gedragen met schuim, terwijl fijn zand juist een slappen gedrag te zien laat geven al er schuim aan is toegevoegd.
Voor de lagere belastingniveaus (tot ca. 50 kPa) neemt het stijver wordende gedrag tussen 9 dagen en 9 weken toe voor het grove zand na toevoeging van het schuim, bij hogere belastingniveaus neemt dit stijver wordende gedrag af tot vrijwel 0 voor het hoogste belastingniveau. Het slappere gedrag van het fijne zand blijft toenemen in de tijd. Uit de triaxiaalproeven blijkt het effect van schuim bij klei pas na meerdere weken zichtbaar. Na 4 weken neemt de hoe van inwendige wrijving sterk af, terwijl de cohesie juist sterk toeneemt. In het geval van de zandmonsters is het effect kleiner. Bij beide zandsoorten blijkt ook de hoek van inwendige wrijving af te nemen. Dit effect is het sterkst in het geval van het grove zand.

Bekijk document

Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.

Gerelateerde documenten

Risicoanalyse boorfrontstabiliteit – Bijlagen
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Risicoanalyse boorfrontstabiliteit – Bijlagen

Auteurs:
J. Hoogerwerf
Uitgever: Rijkswaterstaat
Uitgave: juli 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit document zijn de bijlagen weergeven van het onderzoek Risicoanalyse boorfrontstabiliteit.

Bekijk document
L620 – Ruimerapplicatie bentonietmengsels, deel 1
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

L620 – Ruimerapplicatie bentonietmengsels, deel 1

Auteurs:
GeoDelft
Uitgever: GeoDelft
Uitgave: juni 1999 | Geüpload op: 1 mei 2016

Het hier gerapporteerde onderzoek richt zich op het vinden van de juiste mengselsamenstelling van het betoniet waarbij wordt uitgegaan dat de centrifugeproeven worden uitgevoerd bij een g-niveau van 20 x tot 50 x de natuurlijke zwaartekrachtversnelling.

Bekijk document
Artificial ground freezing in Belgium
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Artificial ground freezing in Belgium

Auteurs:
-
Uitgever: Internationale Vereniging voor Grondmechanica en Funderingswerken
Uitgave: 1985 | Geüpload op: 1 mei 2016

In dit document wordt de bevriezingstechniek in België beschreven. Er worden een aantal voorbeelden gegeven van projecten waarbij deze techniek is gebruikt. Verder wordt de vooruitgang besproken in de berekening van de verspreiding van kou in de grond en het gedrag van de bevroren wand.

Bekijk document
New drilling techniques for small infrastructure
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

New drilling techniques for small infrastructure

Auteurs:
ir. J.P.Pruiksma; dr. H.M.G. Kruise
Uitgever: Consortium DC-COB
Uitgave: 2009 | Geüpload op: 1 mei 2016

Bij de HDD boortechniek treden er soms problemen op in de pull back fase. Om de kracht voor deze fase te berekenen is een nieuw model ontwikkeld. Dit model wordt uitgelegd in dit (engelstalige) document.

Bekijk document
Deformaties van de grond, spanningsveranderingen in de omgeving en gronddrukken op de twee tunnels
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Deformaties van de grond, spanningsveranderingen in de omgeving en gronddrukken op de twee tunnels

Auteurs:
J.W. Plekkenpol en E.A. Kwast
Uitgever: COB
Uitgave: maart 2003 | Geüpload op: 1 mei 2016

Dit rapport beschrijft de uitkomsten van berekeningen met empirische, analytische en numerieke (2D) modellen naar de invloed van het boren op de grond.

Bekijk document
Starting a large diameter TBM from surface
Kennisdocument of (onderzoeks)rapport

Starting a large diameter TBM from surface

Auteurs:
A.H. Oldenhave
Uitgever: Technische universiteit Delft
Uitgave: 6 mei 2014 | Geüpload op: 1 mei 2016

In Nederland moeten bij de aanleg van een boortunnel een lanceerplatform en een ontvangstschacht worden uitgegraven om voldoende dekking te garanderen. Dit is nodig om face stability te garanderen en het voorkomen van uplift of het risico op een blow. Bovendien bestaat vooral in het westen van Nederland de eerste 10 tot 20 meter grond uit de Holoceenlaag bestaande uit zachte klei en veen. Door het tunnelproces op voldoende diepte te starten, wordt de tunnel door het Pleistoceen gereden en blijven de bodemvervormingen klein.

Bekijk document