Quick scan onderzoek inzake Ondergronds transport en buisleidingen
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
In het Nederlandse recht is onduidelijk hoe de eigendom van een leiding zich verhoudt tot de eigendom van de grond waarin die leiding ligt. Deze onduidelijkheid vloeit voort uit de regeling in de artikelen 5:20 en 5:21 BW. Volgens het eerste artikel omvat de eigendom van de grond ook de aardlagen daaronder en de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd; het tweede artikel geeft aan de eigenaar van de grond mede de bevoegdheid om de ruimte onder de oppervlakte te gebruiken.
Ingeval de leidingbeheerder derhalve niets regelt, heeft de eigenaar van de grond in beginsel de zakenrechtelijke zeggenschap over de grond waarin de leiding zich bevindt en mist de leidingbeheerder zakenrechtelijke mogelijkheden tot machtsuitoefening over die leiding. Onduidelijker is welke positie de leidingbeheerder bekleedt in het krachtenveld van de overige betrokkenen, zoals de grondeigenaar, de aanlegger, de financier en de transporteur. Hier is de onduidelijkheid niet te wijten aan één of meer wetsartikelen, doch aan de afwezigheid van wettelijke regelingen ter zake. Het begrip “beheer” is in het Nederlandse recht nauwelijks tot ontwikkeling gekomen. Dientengevolge zijn specifieke terreinen van beheer, zoals het beheer van leidingen, te minder uit de verf gekomen en blijven de rechten en plichten van de beheerder in het vage.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.