F300 – Referentieberekeningen t.b.v. montagespanningen – 3D analyse boorproces
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
De spanningen die optreden tijdens en als gevolg van het bouwen van een boortunnel (montagespanningen) zijn vaak moeilijk te kwantificeren. Om meer grip te krijgen op het verschijnsel `montagespanningen’ worden in het kader van het praktijkonderzoek F300 metingen verricht aan de Botlekspoortunnel.
Om predicties te kunnen doen voor deze metingen is een 3D EEM-model ontwikkeld, dat gefaseerd de krachtswerking in de tunnel kan berekenen. Hierbij zijn 16 ringen gemodelleerd, waarvan de eerste 6 als uitgangssituatie dienen en de overige 10 er stapsgewijs bijgeplaatst worden, onder steeds wijzigende (grout-)belasting en beddingstijfheid. Twee verschillende berekeningen zijn gemaakt: één waarbij ervan uitgegaan wordt dat na 5 ringen achter de TBM de eindsituatie bereikt wordt en één waarbij wordt aangenomen dat de groutbelasting (gebaseerd op Heinenoordmetingen) tot het eind van de analyse gehandhaafd blijft.
Aanbevolen wordt om postdicties uit te voeren met als input de gemeten waarden bij de tweede buis van de BST en het model aan te passen, volgens de aanbevelingen in het onderzoeksrapport van de benchmarks van de tunnelproeven in het Stevinlab van de TU Delft. Dit laatste betreft een aanpassing van de ring- en langsvoegmodellering.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.