Triaxiaalproeven met lokale rekmeting
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
In opdracht van COB F220 zijn door GeoDelft 14 enkelstaps triaxiaalproeven op zand en klei uitgevoerd. De proeven dienen parameters te leveren voor 4-D eindige elementen berekeningen aan het Sophia tunneltracé. Nadruk ligt hierbij op het gedrag bij zeer kleine schuifvervorming, vaak aangeduid met ‘kleine rek’. Standaard triaxiaalapparatuur is meestal niet gevoelig genoeg om stijfheidsparameters te bepalen bij rekniveaus van de orde 10^-3 of lager.
De verschillen tussen de toegepaste externe en de lokale Hall-effectmeting zijn zodanig dat de laatste bij de kleimonsters gemiddeld een 1.4 keer hogere stijfheid oplevert en bij het zand ruim 3 keer zo hoog. De verhouding tussen de moduli Eur en E50 komt bij dit onderzoek uit op circa 13 met als extreme waarden 2 en 24. De additionele Bendermeting, zoals hier toegepast en geïnterpreteerd, volgt wel de trend van de rekmetingen, maar levert te lage E-moduli op. Een verklaring hiervoor is niet gevonden.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.