L400 Trillingshinder in de bebouwde omgeving
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
In de bebouwde omgeving kunnen trillingen schade of hinder veroorzaken. Daarom is in 1995 een onderzoek gestart om voor gebouwen een voorspelling mogelijk te maken van de te verwachten hinder of schade als gevolg van deze trillingen. De eerste fase van dit onderzoek heeft geleid tot een semi-empirisch modulair prognosemodel dat de trillingssnelheid in een gebouw voor de tertsbandmiddenfrequenties tussen 1 en 100 Hz berekent. Dit model is echter onvolledig en diende te worden uitgebreid met bron- en bodemmodulen. Tevens dienden de empirische modellen te worden omgezet in fysische modellen. Door de snelle ontwikkeling in informatietechnologie en opslagmedia is het mogelijk gebleken de signaalverwerking te herzien en aan te passen aan de nieuwste technische inzichten en mogelijkheden.
Het nieuwe prognosemodel is opgebouwd uit vier hoofdmodulen: bronmodulen voor weg- en railverkeer, heien, trillen van funderingspalen en damwandelementen; transmissiemodulen voor aardebaan en tunnel naar omgeving en van bodem naar fundering alsmede een geheel nieuw bodem moduul voor gelaagde bodemstructuren; gebouwenmodulen voor gebouwen gefundeerd op staal en op palen; meetmoduul voor de verwerking van meetgegevens uit de praktijk en een moduul waarmee de onzekerheid in de uitkomst van de berekeningen kan worden bepaald op basis van de per onderdeel opgegeven onzekerheden.
Elke bronmoduul is afzonderlijk geverifieerd en vervolgens in het prognosemodel geimplementeerd. Aan de hand van metingen rond de tweede Heinenoordtunnel is een eerste validatie uitgevoerd. In het kader van het project Ondergrondse Logistieke Systemen (OLS) is een database van metingen ontwikkeld, werden trillingsbeperkende maatregelen geanalyseerd en werd een moduul ter toetsing aan richtlijnen en normen ontwikkeld. De database en het toetsingsmoduul zijn in het prognosemodel geintegreerd. Het prognosemodel kan in een PC-omgeving functioneren en de gebruiker kan naar believen ingrijpen en eigen meetresultaten in het prognosemodel invoeren. De verschillende modulen communiceren via data-files. Dit betekent wel dat strikt de hand moet worden gehouden aan voorgeschreven file-formats en invoerconventies.
De tweede fase van het onderzoek naar trillingshinder, waarvan dit rapport verslag doet, kenmerkt zich door het uitbreiden, verfijnen, verifieren en valideren van de rekenkernen van het prognosemodel. In het vervolgtraject zal het accent vooral liggen op het gebruikersvriendelijk maken van het prognosemodel.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.