Vluchtwegen en vluchtwegaanduidingen Westerscheldetunnel
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
De Westerscheldetunnel is 6,6 km lang. Voor noodgevallen is ontruiming mogelijk, waarbij evacués uit de rampbuis naar de “andere buis” ontvluchten. Dat kan via dwarsverbindingen die om de rook tegen te houden afgesloten zijn met deuren. Maar hoe weten automobilisten dat ze de auto moeten laten staan, en waar ze dan naar toe moeten?
Stappen van ontruiming: (a) automobilisten alarmeren, (b) de auto uitkrijgen, (c) naar de dichtstbijzijnde vluchtdeur, (d) door de dwarsverbinding en (e) in de andere buis. Rekening werd gebouden met wat er is: luidsprekers, automatische verkeerssignalering, een controlekamer, enzovoort. Vervolgens werden maatregelen voorgesteld om de aandacht op de juiste informatie te richten.
De markeringen boven de rijstroken zijn goed bruikbaar om het verkeer tot stilstand te brengen. Borden langs de wand met “Alarm uitstappen svp” ondersteund met een boodschap op de autoradio geven sturende informatie. Als de eerste automobilisten uitstappen zal de rest volgen. De vluchtdeuren trekken de aandacht vanwege een markering boven de deur – het Europese “vluchtende mannetje” in zeer groot formaat – en omdat ze 3x meer licht afstralen dan de wand.
Het mannetje wordt herhaald op de deur zelf. De deur gaat zo gewoon mogelijk open, en een uitnodigende aankleding of een glazen deur overwint “deurvrees” en moedigt mensen aan de dwarsverbinding te gebruiken. Ook als de evacués in de andere tunnelbuis zijn aangekomen blijft de controlekamer ze begeleiden. Anders zouden ze kunnen besluiten terug te gaan naar de rampbuis (“even kijken”, spullen uit de auto halen).
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.