“De problematiek rond het combineren van bomen en kabels en leidingen is gevoelig. Dat blijft”, zegt Joost Claassen, projectleider van het groeiboek Bomen, kabels en leidingen. Tegelijkertijd is hij positief over de samenwerkingsbereidheid van betrokken partijen om tot werkbare oplossingen te komen. “In de praktijk hebben alle partijen er belang bij dat schade wordt voorkomen. Men wil elkaar echt wel helpen.” In gesprek met vijf professionals die aan de totstandkoming van het groeiboek hebben meegewerkt, blijkt dat juist die samenwerkingsbereidheid de sleutel is.
Herman Best (Adviseur & Vakgroepleider Groen-Bomen, Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam), Michiel de Groot (Adviseur Overheidsregelingen Liander), Ceciel van Iperen (Adviseur assetmanagement openbare ruimte Haskoning, betrokken namens CROW), André Jonkheid (Clustermanager zuid KPN) en Marc Meijer (Directeur Norminstituut Bomen), zien dat het groeiboek verdere samenwerking stimuleert en toepassing van slimme oplossingen bevordert. “Vooraf was dat overigens niet zo duidelijk”, zegt Joost. “Je krijgt snel de indruk dat mensen in de sector elkaar vooral lastig vinden. Maar dat is dus niet zo. Mensen hebben de werkgroep ervaren als een veilige omgeving waar je problemen open kunt bespreken. De wil om samen te werken is er zeker.”
Kennis vergroten
Het groeiboek biedt inzicht in de interactie tussen bomen, kabels en leidingen. Het vergroot de kennis over oplossingen die de negatieve effecten van deze wisselwerking beperken. Feitelijke kennis is aangevuld met praktijkvoorbeelden en handvatten om goede keuzes te maken. “Het groeiboek is tot stand gekomen op basis van de vraag: ‘Wat zou de de kabels-en-leidingensector moeten weten over bomen en andersom? Daar ligt de basis voor effectieve samenwerking”, licht Joost toe. Ceciel was in de jaren tien projectleider bij het CROW-project ‘Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen’. Zij werd door de financier van het groeiboek, Fonds Fysieke Leefomgeving (FFL) gevraagd haar kennis en ervaring in te brengen in dit project. Ceciel: “Met deze publicatie bereiken we een nieuw publiek. De problematiek is nog hetzelfde als toen we de CROW-publicatie uitbrachten in 2012, maar er is wel meer informatie beschikbaar. Technieken veranderen en de ruimte is nog beperkter waardoor mensen tot slimme, nieuwe oplossingen komen. Dus dat is positief. De benodigde samenwerking is er nog niet overal. Een beperking ligt onder andere in de richtlijnen en eisen voor kabels- en-leidingensector, waar veiligheid en leveringszekerheid ertoe leiden dat mensen zich heel strak aan de regels houden. Misschien nog belangrijker zijn de politieke en bestuurlijke keuzes, waarin de prioriteiten voor de openbare ruimte nog niet overal duidelijk zijn.”
Marc heeft veel input kunnen geven over normen en richtlijnen binnen het bomenvakgebied. Hij verwacht dat het groeiboek samenwerking in de praktijk kan bevorderen, omdat het zorgt voor meer onderling begrip. “Ik denk dat hiermee best duidelijk wordt dat het bij bomen om meer dan esthetiek gaat. Bomen hebben functies die voordelen bieden voor de hele maatschappij. De waarde van groen is breder toegelicht en daarmee zichtbaarder en concreter voor mensen in het vakgebied.”
André is te spreken over de manier waarop het groeiboek tot stand kwam: “Iedereen was bereid te denken vanuit het algemeen belang, omdat we nu eenmaal allemaal op dezelfde postzegel moeten werken. Het hele traject is vanuit wederzijds begrip doorlopen. Ieders belang werd daarbij serieus genomen. Er is over grenzen heen gekeken.” Uit de woorden van Michiel blijkt dat een basis voor samenwerking is gelegd die ook in de praktijk doorwerkt. “In dit project is de hele wereld bij elkaar gehaald. Dat is een slimme insteek. Er ontstaat onderling begrip. Voor Liander betekent dit dat we samenwerking in de praktijk concreter kunnen maken. Met een aantal gemeenten in Rijnland werken we nu aan een sjabloon voor een Bomen Effect Analyse, zodat we dat voortaan overal op een eenduidige manier kunnen doen. In dat proces is het groeiboek zeker wel een eerste stap” “Als je elkaar opzoekt, kun je tot oplossingen komen. Dat heb ik de afgelopen tien jaar in Amsterdam wel gemerkt”, vertelt Herman. “Dat geldt ook bij het zoeken naar generieke oplossingen voor bomen, kabels en leidingen. Als je elkaars vakgebied begrijpt, helpt dat enorm. Dan kun je buiten je bubbel treden en het gezamenlijk belang zoeken. En dat zagen we bij de totstandkoming van het groeiboek gebeuren. Met een gemêleerd gezelschap uit heel Nederland. Dat was erg plezierig.”
Bewustwording
Het groeiboek laat nu al resultaten zien. Dat zit in eerste aanleg in een breder bewustzijn over de problematiek en de maatschappelijke impact.
Joost: “Dat zien we bijvoorbeeld in de erkenning van de rol van bomen in het verkoelen van de openbare ruimte. E/G netbeheerders en drinkwaterbedrijven vinden dat steeds belangrijker. Het onderwerp leeft. Verrassend was de uitnodiging van NPO Radio 1 om de publicatie te komen toelichten. Verder zie ik dat gemeenten elkaar vinden en meer informatie uitwisselen. Onlangs heb ik het groeiboek online voor 125 medewerkers van netbeheerders mogen presenteren.”
Michiel: “Ik merk aan reacties van collega’s dat zij er blij mee zijn. Intern zijn veel mensen op zoek naar informatie. Zij zoeken houvast. Dat begint met een verhaal waarin alles bij elkaar komt. En dat is dit groeiboek.” André: “We hebben met z’n allen richtlijnen benoemd. Daarnaast zijn allerlei overheden al met deze problematiek bezig. Het landt steeds meer. Het groeiboek draagt daaraan bij.”
Toepassing
Ceciel merkt dat het groeiboek de sector in de praktijk al verder helpt. “Ik sprak een collega die betrokken is bij een project waar de opdrachtgever aangaf dat bomen er eigenlijk niet meer bij konden. Zij kon met voorbeelden uit het groeiboek laten zien dat het wel kon. Datis een kleinschalig effect, maar wel precies waar het om draait. Het gaat om de olievlekwerking. Professionals in alle fasen van het planproces, van initiatieffase tot definitief ontwerp en uitvoering, zien dat het anders kan en zullen dat ook gaan uitproberen.” Marc hoopt vooral op impact op de tekentafel. “Want daar sneuvelen de meeste bomen. De graafmachine maakt het stuk, maar daar zit niet de oorzaak. De winst zit in de voorbereiding. De verantwoordelijke projectleider moet overzicht en inzicht hebben en is de spin in het web die de goede oplossingen moet uitleggen aan politici en overbrengen naar de uitvoering. Het groeiboek helpt daarbij. Het is een soort coalitieakkoord voor alle stakeholders. Iedereen die betrokken is, zal zich gehoord voelen. De uitdaging is ervoor te zorgen dat het op het juiste moment op de juiste plek beschikbaar is.”
Herman: “Bij het planten van een bomenrij bij het Centraal Station hebben we met behulp van een L-wand en boombunkers een wortelstraat gecreëerd, waardoor kabels en leidingen en boomwortels gescheiden zijn. Opname daarvan in het groeiboek helpt om kennis over de oplossing breed te verspreiden, ook intern.” Herman ziet ook concrete toepassing bij het herstel van kademuren in Amsterdam, waarbij behoud van bomen als doel is gesteld. Binnen het Innovatiepartnerschap Kademuren zijn nieuwe methoden voor kademuurherstel ontwikkeld waarbij meer bomen behouden blijven.
Vervolgstappen
Delen en doen. Dat zijn volgens de leden van de projectgroep de vervolgstappen. Delen gaat over het actief verspreiden en toelichten van het groeiboek. Doen gaat over het actief samenwerken in de praktijk met behulp van de beschreven voorbeelden. Marc: “Het gaat om een pakket van maatregelen, dat kan variëren van een praktische do/don’t-lijst voor graafmachinemachinisten tot een landelijke bewustwordingscampagne en het scholen van projectleiders.” “Het groeiboek is een goede basis voor brede erkenning van het probleem. Het kan een verbindende factor worden voor verschillende bestaande initiatieven in het land”, concludeert Michiel. “Vervolgens is het aan netbeheerders zelf om een protocol uit te werken voor de opties die we hebben als we bij bomen moeten werken. Hetzelfde geldt voor een standaard voor een Bomen Effect Analyse en het aanplanten van bomen bij kabels en leidingen. Als dat goed loopt, zouden we over twintig jaar geen probleem meer moeten hebben.”
André: “Ik merk dat je eraan moet blijven werken. Het blijft een sport om de boodschap steeds weer goed over de bühne te brengen. Bij KPN hebben we het groeiboek opgenomen in de kennisbank en de problematiek komt aan de orde in interne sessies en sessies met uitvoerende partners. Maar kennis ebt ook weer snel weg als je een paar projecten hebt waarbij deze problematiek niet speelt. We zullen moeten blijven herhalen. Tijdens het project is gesproken over een mogelijk roadshow om meer mensen te betrekken. Dat kan een mooie vervolgstap zijn.”
Ceciel noemt onderwijs als primaire opgave: “In het vervolg moeten we verschillende sporen volgen. Daarbij zijn studenten heel belangrijk. We moeten docenten voeding geven, ook in de vorm van lespakketten voor de bestaande sector; cursussen, trainingen en werkateliers, zowel op beleids- als op ontwerpniveau.”