Gasleidingen van grijs gietijzer of asbestcement moeten versneld vervangen worden, zo zegt de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Maar hoe lang gaan de nieuwe gasleidingen nog mee? Welke warmte-alternatieven komen eraan? Wordt er gekozen voor groen gas, waarmee de nieuwe leidingen ook weer een nieuw leven krijgen, of maakt een warmtenet of een all-electric-oplossing de gasleidingen overbodig?
De gemeente Tilburg kampt als geen ander met die vraag. Bij de aanleg van het aardgasnetwerk werd op grote schaal gebruikgemaakt van grijs gietijzeren en asbestcementleidingen. Sander van der Heijden, procesregisseur openbare ruimte bij de gemeente, legde zijn dilemma tijdens het Flexival op 12 april 2019 voor aan het COB-netwerk: “Vervanging is nodig met het oog op de veiligheid. De toezichthouder ziet er strikt op toe dat de sanering in een afdoende tempo voortgaat. Maar tegelijkertijd hebben we te maken met de energietransitie. Dat krijg je niet meer uitgelegd.”
Het voorbeeld toont volgens Van der Heijden aan dat we ‘zijn opgesloten in een systeem van rechte lijntjes, van richtlijnen en systemen’. Hij deed daarbij een beroep op bestuurders, geholpen door een toelichting van bestuurskundig adviseur Maaike Leppink (Sweco) op de complexiteitstheorie: “Geef vakmensen meer ruimte en begrijp dat systemen soms even opzij moeten om tot een oplossing te kunnen komen. We willen volledige bereikbaarheid en leveringsbetrouwbaarheid. Maar in de optelling van alle eisen, richtlijnen en systemen creëer je een monster.”
Tilburg is een van de gemeenten die zich als koploper gaat inzetten voor een efficiënte aanpak van kabels en leidingen. (Foto: Vincent Basler)
Niet alleen de bestuurders werden tot nadenken aangezet. Aan de hand van een aantal stellingen gingen de workshopdeelnemers zelf op onderzoek uit. Moet de regie naar een onafhankelijk instituut, omdat gemeenten de benodigde kennis voor een integrale aanpak niet in huis hebben? Moeten netbeheerders worden verplicht onderhoud voortaan alleen nog maar gezamenlijk uit te voeren? Of moeten voor telecom, net als voor nutsvoorzieningen, levering en beheer van de infrastructuur bij aparte entiteiten worden ondergebracht? Zouden grondeigenaren meer moeten sturen op de wijze van uitvoering, omdat de aannemerij te conservatief is voor vernieuwende oplossingen? En de adviesbureaus, moeten die zich niet meer verdiepen in de dagelijkse praktijk? Het leidde tot een levendige discussie. Nog zonder concrete oplossingen, maar voor ieder van de aanwezigen leidde het wel tot meer inzicht in praktische problemen bij de afwegingen die gemeenten moeten maken, en de rol die verschillende betrokken partijen kunnen hebben in het vinden van die oplossingen.
Sander en Maaike vinden het belangrijk om een lonkend perspectief te bieden. Sander: ”Een perspectief waarbij bijvoorbeeld ook meteen vergroening en waterberging worden aangepakt in de werkzaamheden voor ondergrondse infra. Zo’n integrale aanpak maakt het aantrekkelijker voor betrokkenen om een diepte-investering te doen in de ordening van de ondergrond.”
