In de bouwkuip van de westelijke tunnelbuis van het project Spoorzone Delft startte woensdag 28 augustus jl. een grootschalige praktijkproef. Onder het toeziend oog van promovendus Jan van Dalen worden hier bewust twee defecte diepwandpanelen gemaakt. Als ze gereed zijn, worden ze stapsgewijs ontgraven en grondig geanalyseerd. De proef – die plaatsvindt als onderdeel van het programma Geo-Impuls – moet kennis opleveren waarmee zwakke plekken in diepwanden voortaan beter zijn te voorkomen.
16 september 2013 | Peter Juijn
De proefelementen staan haaks op de tunnelwand. Op de voorgrond is het voegprofiel met één rubber goed te zien. (Foto: Peter Juijn)
Meetapparatuur
“Voor de proef maken we twee aaneensluitende diepwandpanelen in de bouwkuip van de westelijke tunnelbuis van het project Spoorzone Delft, vlakbij de Bagijnetoren. De panelen bouwen we haaks op de diepwanden van de tunnel. Ze staan vrij van de tunnelwanden en reiken tot ongeveer veertien meter onder het maaiveld. Woensdag 28 augustus jl. hebben we de sleuf voor de panelen gegraven. De volgende ochtend hebben we de wapeningskorven voor beide panelen in de sleuf geplaatst. Vervolgens hebben we in de sleuf van het eerste paneel onze meetinstrumenten aangebracht. Het betreft apparatuur waarmee we het niveau van het beton tijdens het storten op vier plekken in de sleuf nauwkeurig kunnen volgen en glasvezelkabels om de temperatuur te meten. Verder zijn er aan de wapeningskorven buizen gemonteerd om later de crosshole-metingen te kunnen doen. Nadat alle apparatuur was aangebracht en getest, zijn we het beton gaan storten. Bij het tweede paneel hebben we dezelfde stappen gevolgd, alleen zit hier veel meer tijd tussen ontgraven en storten. We hebben dit paneel namelijk pas negen dagen later gestort.”
Verschillende kleuren
“Het storten van de panelen hebben we in vier stappen gedaan, telkens met een andere kleur beton. Door te werken met verschillende kleuren kunnen we straks bij het ontgraven en slopen van de elementen zien waar elke portie beton uiteindelijk is terechtgekomen. Om dat in beeld te brengen hebben we ook iedere zes seconden een smartieachtige digitale chip in de stortstroom gegooid, die we later met een scanner hopen terug te vinden in het beton. Vanzelfsprekend zijn ook de metingen van het betonniveau tijdens het storten van belang om het stromingsgedrag van het beton in beeld te brengen. Hoe verspreidt het beton zich als het uit de stortbuis komt? En vloeit het netjes uit en verdringt het gelijkmatig het bentoniet?”
Stapsgewijs ontgraven
“Als de elementen zijn uitgehard, gaan we eerst de crosshole-metingen doen om te zien hoe de kwaliteit is van de voeg tussen de twee panelen en of we de geplande imperfecties kunnen terugzien. Vervolgens gaan we de panelen stapsgewijs ontgraven”, vervolgt Van Dalen. “Wanneer dat precies zal zijn weet ik nog niet, omdat we afhankelijk zijn van de planning van de aannemerscombinatie. Ik denk dat we het bovenste stuk van de diepwandelementen de komende weken kunnen bekijken als de aannemer het grondwerk heeft gedaan voor de constructie van het tunneldak. Het resterende stuk van de elementen komt pas vrij als de aannemer de grond onder het tunneldak heeft weggegraven.”
Slopen
Van Dalen vervolgt: “Het plan is om de vrijkomende delen eerst van buitenaf heel goed te bekijken en te fotograferen. Hoe ziet de omtrek eruit, waar zitten de overgangen tussen de verschillende kleuren beton en welke imperfecties zijn er? Ook gaan we met een scanner proberen zoveel mogelijk van de meegestorte chips proberen terug te vinden om een beeld te krijgen van de verspreiding van het beton. Vervolgens gaan we de elementen voorzichtig slopen om ook de binnenkant van de diepwand te kunnen bekijken en bijvoorbeeld te zien in hoeverre het beton aansluit op de wapening.”