Numerieke Simulaties Dwarsverbindingen Westerscheldetunnel – Deel ll: Resultaten Variant 2
Algemene informatie
Toepassingen
Samenvatting
In de toekomstige Westerscheldetunnel worden, ten behoeve van de bereikbaarheid, de twee aan te leggen tunnelbuizen onderling verbonden door middel van dwarsverbindingen. Om inzicht te krijgen in de krachtswerking in de gesegmenteerde hoofdtunnelbuis en de dwarsverbindingen tijdens de verschillende uitvoeringsfasen, zijn niet-lineaire berekeningen uitgevoerd met het eindige elementenprogramma DIANA. Hierbij is in eerste instantie uitgegaan van een ligging van de hoofdtunnelbuis zoals de aannemerscombinatie KMW die maatgevend acht voor de optredende krachtswerking (variant 1).
Op basis van de resultaten van variant 1 en 2 kan worden gesteld dat door het slappere gedrag van de grond, de hoofdtunnelbuis meer mogelijkheid wordt geboden om te ovaliseren. Dit leidt voor fase 1 tot grotere tangentiële spanningen in de segmenten. Zoals verwacht heeft het toepassen van slappere grond veren geen invloed op de axiale spanningen in de hoofdtunnelbuis in fase 1. Voor wat betreft de openstanden en de verschuivingen in de ringvoegen blijkt dat deze in fase I van variant 2 enigszins zijn toegenomen ten opzichte van variant 1. Ze zijn echter nog steeds kleiner dan 0,5 mmo In de langsvoegen treden nagenoeg geen verschillen op. In zowel variant 1 als 2 zijn zowel de openingen als de verschuivingen in deze voegen nihil. Als gevolg van het meer flexibele gedrag van de hoofdtunnelbuis in variant 2, zijn de voegverschuivingen in fase 2 en 5 van variant 2, kleiner dan in de vergelijkbare stadia van variant 1.
Bekijk document
Om dit document te bekijken, moet u eerst verifiëren dat u geen robot bent.